Toespraken 2017 “Samen verder”

Welkomstwoord  Anneke Schults

Geachte aanwezigen,
Als voorzitter van “ Herdenking Oorlogsslachtoffers Nederlands Indië heet ik u allen welkom op deze herdenking van HONI.
Een bijzonder woord van welkom aan alle overlevenden , die de oorlog zelf meegemaakt hebben en hier aanwezig zijn.
Een speciaal woord van welkom aan Burgemeester Ton Rombouts en de wethouders Kagie en Hoskam. De heer Janssen namens de van Neynselstichting. Dominee Erica Scheenstra. Loek Middel lid van Pink Madjoe en HONI. Guusje Schults 4e generatie. Erik Alink stadschroniqeur. Het Honi-koor o.l.v. Hans vd Sterren met pianobegeleiding van Cees van Duyvenvoorde, het Blazersensemble o.l.v. Martijn van Duuren en mevr. Bea Matulessy die zorgen voor de muzikale omlijsting.
Wij zijn hier bijeen rond dit monument om te herdenken. Voor een aantal om te denken aan de tijd dat men in het voormalig Nederlands Indië gewoond, gewerkt en tijdens de oorlog gestreden heeft voor de vrijheid. De vrijheid die wij op dit moment eigenlijk als vanzelfsprekend ervaren, maar tevens beseffen wat een voorecht het is om in een land te wonen waar deze vrijheid mogelijk is.
ALS TEKEN VAN SAAMHORIGHEID DRAGEN WIJ VANDAAG ONZE BAMBOE SPELD. Het bamboetakje symboliseert het leed, maar ook de kracht van alle slachtoffers en de vastberadenheid om te overleven. Het bamboetakje als teken van nieuw leven, het zal blijven groeien.

Het thema van dit jaar is : Samen verder.
Hoe kun je dit begrip invullen. Samen iets doen wekt vertrouwen, Tegen een kind zeg je vaak “Zullen wij het samen doen”, zullen wij samen oversteken, dat geeft vertrouwen en dan gaat het. Als je in je leven de weg kwijt bent en je ontmoet dan iemand die je wilt helpen en steunen, die je een hand reikt, om samen verder te gaan dan durf je weer te geloven en de draad weer op te pakken.
Tegen vrienden: Laten wij het samen oplossen, Ik help je wij doen het samen, met zijn twee ben je sterker dan alleen. En wat geeft dat dan voldoening als het gelukt is. Zo was het ook in de oorlog. Het overleven door het samen gevoel. Elkaar steunen en moed inpraten. Niet opgeven!  Zorgen voor elkaar , samen verder!
Ondanks de ellende toch samen lachten en huilen en samen hopen op een spoedige bevrijding. Sterk door saamhorigheid.
De bevrijding waar men zo naar had uitgezien bracht voor velen teleurstelling en verdriet om het verlies van geliefden die gesneuveld waren.
Hoe moest men verder? wat bracht de toekomst? En toen, daarna, men gedwongen werd om als Nederlander het land te verlaten, hadden velen die kracht niet meer om verder te willen. In Nederland moest men samen verder. Maar dat vraagt veel van twee kanten. Ook in Nederland had men net de oorlog achter de rug, die voor veel Nederlanders ook voor verlies en verdriet gezorgd had, en het daarom moeilijk was om de Indische Nederlanders met open armen te ontvangen.

Samen verder vraagt : Acceptatie en respect voor andere leefgewoontes, ander uiterlijk, andere taal, ander eten.
Wederzijds begrip voor elkaars ervaringen en verleden. Een hand reiken naar de ander, kunnen vergeven.
Het verleden achter je laten, zonder te vergeten. Het verleden achter je te kunnen laten, dat is een aantal van ons niet gelukt, ofschoon de meesten hier weer een goed bestaan hebben opgebouwd en hun kinderen een toekomst hebben kunnen bieden.
Samen verder! Het is uiteindelijk gelukt, met vallen en opstaan en ik sta hier, en heb het geluk gehad om samen met mijn ouders verder te kunnen gaan. En ben er trots op dat ik als voorzitter van HONI samen met u allen deze herdenking kan vieren en dat mijn kinderen en kleinkinderen hier in vrijheid kunnen opgroeien.
Ik wens u een goede herdenking.
Anneke Schults

 

 

Mr. Dr. A. G.J.M.  Rombouts

Geachte aanwezigen,
Dank je wel voorzitter Anneke Schults, dank aan de Vereniging HONI 42-49 dat ik namens het stadsbestuur van
’s-Hertogenbosch kort een bijdrage mag leveren.
Dames en heren, twee maanden geleden mocht ik twee veteranen-onderscheidingen uitreiken. Helaas postuum,
want Ferdinand Tangandé is ons al ruim 40 jaar ontvallen. In mijn handen had ik het toegekende Mobilisatie-
Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede. Namens de Minister van Defensie overhandigde ik deze
onderscheidingstekens aan de familie. Ferdinand Tangandé heeft van 1936 tot 1950 in verschillende militaire
functies gediend in Nederland-Indië, en van 1942 tot 1945 in Japans krijgsgevangenschap gezeten. Dat het tot
deze late toekenning gekomen is, danken we aan iemand die zich al decennialang belangeloos bezighoudt met
eerherstel, respect en waardering, ook na meer dan 70 jaar. Iemand – voor ons onbekend – die de Nederlandse
staat nog altijd wijst op de waarde van militair en civiel eerherstel, respect en waardering.
Nog meer dan die twee onderscheidingstekens, was ik onder de indruk wat deze erkenning met de familie van
Ferdinand Tangandé deed. Met heel veel liefde en warmte werd het eerherstel aanvaard en hun dankbaarheid getoond. Indrukwekkend bewonderenswaardig, en het gaf blijk van de waarde die we als Nederlandse samenleving moeten blijven hebben voor het persoonlijk verhaal, onze schrijnende geschiedenis op dit vlak en de mogelijkheden om zelfs tot de dag van vandaag respect en waardering over te brengen. Ook als stadsbestuur willen we dat blijvend doen, en ik ben blij dat de wethouders Paul Kagie en Jan Hoskam met hun aanwezigheid vandaag ook die boodschap ondersteunen.

Vandaag herdenken wij de capitulatie van Japan, 72 jaar geleden. Het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost Azië en daarmee het einde van zes jaar waarin de wereld in oorlog verkeerde. Voor Indonesië werd deze zware periode gevolgd door een langdurige onafhankelijkheidsstrijd. Meestal in stilte gedenken we de slachtoffers die het grootste persoonlijke offer hebben moeten brengen. We denken ook aan de mensen die hebben geleden en tot op de dag van vandaag lijden, ook meestal in stilte. Het is goed dat we vandaag
gezamenlijk ‘herdenken’, los van onze beleving dat we natuurlijk ook ‘vieren’.
Samen verder. Rond dit thema zijn we vandaag verbonden. Een thema waar kracht uit spreekt. Een thema waar we – denk ik – hetzelfde over denken. Want wat willen we graag samen verder. Maar samen verder is ook een opgave. Omdat ‘samen verder’ meteen duidelijk maakt, dat je de ander net zo belangrijk vindt. Want samen in gelijkwaardigheid verder gaan, betekent aandacht en zorg, maar ook respect en begrip voor de ander. In een tijd waarin dat nog wel eens ontbreekt, is het gekozen thema op veler fronten daarom heel waardevol. Het juk van
gewapende conflicten en onderdrukking, de zorg voor gevluchte medemensen, de stille armoede in onze stad, het zijn voorbeelden die wat van ons vragen. Willen we echt samen verder, dan moeten we de schrijnende voorbeelden van wat velen van u is overkomen in de jaren 40 en 50, goed voor ogen houden, om dat vandaag bij anderen te voorkomen. Samen verder zal daarom altijd een persoonlijke opgave zijn, en van lange adem. Monumenten houden ons daarbij bij de les. Zij wijzen ons op dat verleden en doen ons beseffen dat alle
generaties samen verder wilden, maar sommige generaties daarvoor heel hard hebben gevochten en een onmenselijke prijs hebben betaald. Monumenten hebben daarom – hoe klein ook – een groots doel. Ook dit monument, dat symbool staat voor persoonlijke verhalen. Uw verhalen, de nimmer gehoorde verhalen en het verhaal van onze Nederlandse geschiedenis. Dames en heren, met heel veel toewijding geeft HONI al jarenlang invulling aan het herdenken op 15 augustus. Ik ben dankbaar dat ik een aantal keren daarvan getuige heb mogen zijn, en spreek het vertrouwen uit dat dit waardevolle herdenken de komende decennia onze bijzondere aandacht houdt. Als inwoner van
’s-Hertogenbosch zal ik uw inzet hiervoor met veel liefde blijven volgen. Ik wens u vanmiddag een goede viering en een fijn samenzijn toe. Dank u wel!
Burgemeester Ton Rombouts

 

Toespraak Mw. Ds Erica Scheenstra

Als ik als predikant bij mensen op bezoek ga, gebeurt het me met regelmaat dat iemand verzucht: ik kan er wel een boek over schrijven – zoveel is er gebeurd! Zo’n uitroep komt meestal op een moment van verbijstering of verwondering over wat die mens allemaal heeft meegemaakt. En tegelijkertijd weten we, zoals we vandaag hier bijeen zijn, dat we allemaal zo’n levensverhaal hebben, waar je een boek over kunt schrijven. Als je slachtoffer bent van de Japanse bezetting. Als de gebeurtenissen uit de Bersiap-tijd nog op je netvlies staan. En hoe je dat alles een uitwerking heeft gehad op je lichaam en je geest, op je hart en je ziel, gedurende meer dan 70 jaar, tot op vandaag. Het heeft je levensverhaal gekleurd. Het heeft je – mede- gemaakt tot wie je nu bent.
Toch is ons levensboek niet alleen maar gevuld met datgene wat ons overkomen is. Wij schrijven ook zelf actief mee aan ons levensverhaal. Want: alles doet ertoe! In de keuzes die we maken. In de manier hoe we naar onszelf en naar de ander kijken. Het doet er toe – en het heeft gevolgen – of je liefhebt, hoopt, helpt. Of dat je haat, kwaad doet, vergelding zoekt.
Wij kunnen geen wereld scheppen waarin pijn, verlies, strijd, of gekwetste gevoelens niet bestaan. Maar we kunnen wel bijdragen aan een leefbaarder wereld door te kiezen voor herstel in plaats van vergelding, door niet te luisteren naar de haat, maar te geloven in de hoop en de liefde. Een wereld van heling begint in onszelf, als we onze pijn en angst durven benoemen, en kunnen zien dat jij mijn broeder en mijn zuster bent, net zo bang, en net zo verlangend naar liefde en geborgenheid, hopend op vergeving en verzoening.
Iedere dag schrijven we in ons eigen levensboek. Ik hoop dat ieder mens gedurende die levensreis ontdekt dat je zoveel meedraagt in je hart – of je de bron daarvan nu God of innerlijke kracht noemt. In je hart ligt het geborgen: alles waarmee je medemenselijkheid vormgeeft, de kracht om vergeving te schenken, om liefde te geven. Om de wereld te veranderen. En steeds als we stilstaan, als we herdenken, als we een nieuwe stap zetten, zou onze bede zo kunnen klinken: Dit is mijn levensboek. Je kunt aan de bladzijden zien hoe het met me ging: Sommige bladzijden zijn gescheurd en dragen sporen van tranen. Sommige bladzijden zijn versierd met vreugde en gelach. Sommige bladzijden zijn geschreven vol hoop, in sommige is wanhoop geëtst.
Dit is mijn levensverhaal. Maar het vertelt ook hoe ik me bevrijdde van pijn, die me geketend hield, en er voor koos een schepper te worden,
die heelt, vergeeft, verbindt, en aanvaardt anderen nodig te hebben en door anderen vergeven te worden want alleen zo kan een wereld van vrede groeien, alleen zo kan ik samen verder.
(geïnspireerd door Het boek van vergeving, van Desmond en Mpho Tutu)
Ds Erica Scheenstra

 

“SAMEN VERDER”

Samen verder, een omvangrijk thema. Een omschrijving hiervan is niet zo makkelijk. Of toch: “samen verder” maakt sterker, weerbaarder en zinvoller. In het dierenrijk is dat een vanzelfsprekend begrip als het dezelfde soort betreft. Samen verder in een zwerm, kudde,  roedel, school enz. Ook o.a. het water. De rivieren Maas en de Waal die in het Hollandsdiep samen verder de zee ingaan.

Maar op dezelfde wijze ontstaan en geboren als hoog ontwikkeld zoogdier is de mens de Homo sapiens, de ego, de individualist. Wij bepalen zelf met wie we samen verder willen. Bij gelijkgestemden, ras, godsdienst, e.d.  is het eenvoudiger daar is weinig of geen keuze.Toch gebeurt het al eeuwen. Mensen van twee verschillende werelddelen besluiten vredig en in liefde samen verder te gaan. Een eenvoudig voorbeeld is mijn Ma en Pa. Nu alweer meer dan een eeuw geleden. Pa, geboren in de Wilpgom, Marum, provincie Groningen, uit een arbeiders gezin. Pa alleen de lagere school doorlopen, meldde zich als soldaat bij het koloniale leger het KNIL en werd als soldaat eerste klasse hoornblazer gelegerd in de garnizoensplaats Cimahi bij Bandung. Huurde in de nabijgelegen kampung een van bamboe vervaardigd eenkamerhuisje op palen om het eentonige tangsi (kazerne) leven te ontlopen.

Ma, geboren in een bergdorpje in de buurt van Cimahi, simpel, analfabeet, kwam, moe van het zwerven met een baby in de slendang op haar rug gebonden, op een trede van Pa’s huisje uitrusten en vroeg aan Pa of Pa werk voor haar had. Pa kreeg medelijden, sprak haar aan in haar eigen streektaal die hij ondertussen aardig machtig was en liet Ma binnen, gaf Ma en de baby te eten en later een slaapplek. Ma is niet meer weggegaan. Ze hebben besloten om samen verder te gaan. Pa en Ma hebben twaalf kinderen grootgebracht. Pa met een protestants-christelijke geloofsovertuiging die wij  min of meer meekregen. En Ma de mystiek van het één zijn met de natuur. “Eerbied hebben voor alles wat groeit en bloeit, daar leven we mee en van”, zei Ma. Met Pa en Ma zijn er duizenden andere varianten te noemen. In saamhorigheid en in vrede samen verder.  Helaas, 75 jaar geleden werd dit voor iedereen gelukkig en vreedzaam samen verder wreed beëindigd door de Japanse barbaren die het land al moordend en plunderend binnenvielen. Mannen werden gevangengenomen en overal onder de meest benarde omstandigheden gedwongen te werken, waarbij de bamboezweep, bamboestok of bamboeknuppel als de gevreesde dwang attributen  werden  gebruikt en de vrouwen met de kinderen in kampen opgesloten, onder zware druk van die machtswellustelingen. Weg vredig en vol liefde samen verder. De enige vraag was toen: “Zal ik morgen de zon zien opkomen?”

15 augustus 1945: de bevrijding, de wereldvrede. We sprongen op, voor zover we dat konden met onze verzwakte magere lichamen, en schreeuwden met een zwak keelgeluid: “We zoeken elkaar op en gaan met ons allen weer vredig en liefdevol samen verder.”

17 augustus 1945: Indonesische leiders proclameren de Indonesische staat. Chaos en anarchie door plunderende en moordzuchtige Indonesische bendes in het land. De haat tegen de Hollanders zat er diep in. Zeer angstige en totale onzekerheid voor een vredig samen verder gaan. Hoe verder? 1950: de uittocht is in volle gang. Op weg naar ons vaderland, waar wij alles van wisten, maar wat voor ons verder totaal vreemd was. We werden opgevangen, kregen voedsel en slaapgelegenheid, waarvoor 60% van ons loon werd ingehouden. Hoe samen verder in een land waar de bewoners ons aanstaarden en ons als niet Nederlanders beschouwden? Dat merkte ik toen ik in Breda, een half jaar na mijn aankomst, mijn in Indonesië van de ambassade verkregen Nederlands paspoort moest inruilen voor een officieel Nederlands paspoort. Alvorens dit paspoort te mogen ontvangen moest ik eerst een verklaring tekenen waarin ik mijn Indonesische nationaliteit verwierp om de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen. Ik zei: ‘’Ik vind het niet erg wat daar staat, maar ik ben het niet, ik héb een Nederlands paspoort.” ‘’Het is niet geldig en tekent U het formulier toch maar”, zei de ambtenaar meewarig en ik tekende en werd officieel Nederlander. Als de Nederlandse instanties ons een ander statuut gaven dan we in werkelijk waren, was het volkomen duidelijk dat ook de rest van Nederland ons voor een heel ander soort mensen hield. Heel moeilijk en onduidelijk om hiermee eerlijk, vredig en begripvol samen verder te gaan. Deze opstelling van de regering en onze Nederlandse medeburgers zorgde ervoor dat Indische Nederlandse krachten zich gingen bundelen in stichtingen en verenigingen, die samen kwamen in het Indisch Platform. Om in de eerste plaats de regering en de instanties een beter inzicht te geven over ons zijn, begrip te vragen voor onze noden en vooral ons en de medeburgers de gelegenheid te geven in Nederland, waar onze toekomst lag en ligt, met iedereen gelukkig samen verder te gaan. Van mijn lieve Ma kreeg ik o a deze twee levenslessen mee in het Ma’s taal het Soendanees: “èlèh waè “ (durf je ongelijk te bekennen, dat is niet erg) en “èntong di gèlèng” (laat niet met je sollen).

Ik weet zeker dat wij allen deze en vergelijkbare levenslessen hebben meegekregen. Door deze soepelheid en standvastigheid te hanteren, hebben we het onze medeburgers makkelijker gemaakt om ons als volwaardige naasten te accepteren en met begrip en respect voor elkaar samen verder te gaan. En dat doen we heden ten dage, dat moeten we voor ons zelf, voor onze kinderen, kleinkinderen, het verdere nageslacht; elkaar begrijpen, elkaar respecteren en elkaar de belangrijke vrijheid geven. Want duizenden en duizenden dierbaren van ons hadden morgen de zon niet zien opgaan.  Voor deze dierbaren geen liefdevol samen verder.

Dankzij “Herdenking Oorlogsslachtoffers Nederlands-Indië 1942-1949” kunnen wij hier op deze gedenkplaats onze achtergebleven dierbaren met eerbied blijven herdenken. In onze herinnering houden opdat zij lang blijven leven. Mag dit door HONI 42-49 kunnen blijven gebeuren. En wij, vasthouden wat we hebben: MET ONS ALLEN GELUKKIG EN VREDIG SAMEN VERDER. Ten slotte: Pa is begraven op het Ereveld Menteng Pulo te Jakarta. Ma werd begraven op een begraafplaats te Cimahi. Met de hulp van de Oorlogsgravenstichting  te Den Haag, werd Ma later herbegraven en in één graf herenigd met Pa.

Ma en Pa kunnen sindsdien tot in de eeuwigheid samen verder. Ik dank U.

Dr. Louwe Middel

 

 

Guusje Schults

 

Beste mensen
Mijn oma heeft als kind in het Jappenkamp gezeten en zij heeft mij er over verteld.
Hoe het daar was in dat kamp zonder je vader, weinig voedsel en dat je daar dan heel lang zit.
En soms denk ik dan bij mezelf: waarom heeft het zo moeten gaan? waarom oorlog?
niet alleen toen, maar ook nu nog steeds zo veel oorlogen in de wereld.
Wanneer komt er eens een einde aan die oorlogen, stel je voor, dat er geen oorlogen meer zouden zijn.

                                               Geen oorlog meer

geen oorlogen meer
kapotgeschoten huizen
tanks in de straten
van de vermoorde  onschuld
onschuldig bloedvergieten
stel je voor
geen oorlog meer
maar altijd vrede in de wereld
geen weeskinderen meer
zonder familie
of gebroken gezinnen
geen bommen meer
die levens uiteenrukken
geen oorlogen meer
wordt het niet tijd
dat de mensheid inziet
dat oorlog niet meer van deze tijd is
onmenselijk is
geen kapotgeschoten bruggen meer
mensen zonder voedsel
stervend van de dorst
geen oorlogen meer
in de straten van de
vermoorde onschuld.

Tekst van Guusje Schults