Toespraken 2026 - Verbinding
Dwars overal doorheen
Voordracht Saskia de Haas HONI 2026
Een paar dagen geleden schoof de maan voor de zon Iemand vroeg Hoe kan het
dat dat de maan precies voor de zon schuift? Het antwoord: Kosmisch toeval
Het is dezelfde maan waar mijn voorouders naar keken Vanuit Yogyakarta,
Bandung, Batavia, Tjimahi, Salatiga, Semerang, Medan, Amuntai, Weleri,
Banka, de Banda-eilanden Ik stel mij voor hoe zij ’s avonds naar boven
keken Hoe de maan hen misschien geruststelde
Wat er ook gebeurt
Ik blijf
Mijn opa en oma zijn Indisch Mijn vader tweede generatie Het Indisch-zijn
had voor mij niks met de oorlog te maken Het was familie, familiedagen,
eten, veel eten Praten maar niks zeggen Lachen en Rlauwe grappen
Voor mij was die oorlog ver weg
Als kind moest ik er trouwens niks van hebben Van het Indische eten Ik
lustte sowieso niks Er werd vaak gegrapt dat ik niet echt Indisch was Maar
dat ben ik wel Ook al kun je het niet zien
Derde generatie
De geschiedenis is lang abstract voor mij geweest Beelden gebaseerd op
losse zinnen, halve verhalen Woorden die af en toe bij mijn opa loskwamen
Over zijn jeugd aan een rivier in Yogyakarta Waar hij zwom en speelde,
Waar hij zich waste
Over de welvaart en de suikeronderneming van zijn vader
En dan ineens
Over een kamp
Een gevangenis
Krappe barakken
Slapen op houten planken
Over slangen, ratten en muizen
die hij van de honger at
Het beeld van mijn opa die een rat verscheurt is mij altijd bijgebleven
Waarom hij dat vertelde weet ik niet Waarschijnlijk omdat ik iets niet
lekker vond
Vandaag 84 jaar geleden, 15 augustus 1942 Werd hij als krijgsgevangene
geı̈nterneerd in Bandung Vanuit daar werd hij via Batavia verscheept naar
Maleisië En uiteindelijk naar de Pakan Baroe De dodenspoorlijn Midden in
het regenwoud van Sumatra
Velen stierven daar Van uitputting, honger en mishandeling
Mijn opa werd pas in het najaar van 1945 ‘overgedragen aan de
geallieerden’ Na ruim drie jaar gevangenschap
Hij wist niet wat er in de tussentijd was gebeurd Hij wist niet van de
Bersiap En volgens mij wist hij toen nog niet Dat zijn ouders waren
gestorven
Mijn oma overleed toen ik nog kind was Zij heeft mij nooit iets verteld
Ook geen Rlarden Behalve dat haar oma een prinses was Ik ken haar als
ontzettend lief Warm en zorgzaam Ze stond de hele dag in de keuken En
droeg altijd soepjurken met bloemen
Een paar jaar geleden dook er een oorlogsslachtofferverklaring van haar op
Over de Japanse bezetting en de Bersiap-periode
Er staan dingen in waar niemand uit de familie iets van wist Over hoe haar
vader als krijgsgevangene werd meegenomen en zij bij haar stiefmoeder
moest achterblijven “Ze was een weinig hartelijke vrouw” – schrijft ze En
dat is zacht uitgedrukt
Mijn oma werd door haar stiefmoeder verkocht Voor geld Aan Japanners
Gelukkig wist ze te ontsnappen uit een hotel Klom ze over een kloostermuur
En zocht ze haar beste vriendin op
Uiteindelijk kwam ze bij een oom terecht om voor haar nichtjes te zorgen
Er staat ook over de Bersiap geschreven Hoe zij en haar nichtjes midden in
de nacht door Indonesiërs werden meegenomen En alles moesten achterlaten
Alleen een gordijn gristen ze mee
Met een vrachtwagen werden ze naar een gevangenis gebracht In een cel
gegooid Achter tralies Met z’n vijven sliepen ze op het gordijn Op de
cementen vloer
Mijn oma maakte iedere dag schoon In ruil voor rijst
In mei 1946 werden ze vrijgelaten
De rest van haar leven heeft mijn oma last gehad van haar knieën Haar rug
en haar hart En van nachtmerries
Ik las een artikel waarin geschreven stond dat een Japans legerofRicier
aan het einde van de oorlog het volgende zei: Jullie hebben dan wel de
oorlog gewonnen Maar de komende vier generaties zijn jullie de verliezers
En met die zin was de oorlog niet langer alleen iets uit een ver verleden
van mijn opa en oma Als een oorlog vier generaties kan doorwerken Wat
daarvan draag ik dan met me mee? Wat is er van hun oorlog bij mij terecht
gekomen? En wat draagt mijn dochter, als vierde generatie?
Mijn vader zei vroeger: Er is een lijntje tussen ons En die blijft altijd
bestaan
Ik zag altijd een dun koord voor mij Tussen mij en mijn vader Dwars door
huizen, straten en bossen Waar ik ook was
Toen hij overleed probeerde ik krampachtig het lijntje vast te houden Bang
hem nog meer kwijt te raken Totdat ik mij realiseerde dat ik niks hoefde
vast te houden Dat het lijntje er gewoon was Net als de zon En de maan
Mijn opa had een broertje Maar eigenlijk was het een neef Ze groeiden
samen als broers op in Yogyakarta Mijn opa’s ouders waren ook als ouders
voor hem Ze deelden hun jeugd En bleven hun hele leven hecht
Per toeval ontmoette ik een aantal jaar geleden iemand bij een project van
Festival Boulevard: Aantje We raakten aan de praat En kwamen erachter dat
haar tante Stans en oom Lucien mijn oma en opa zijn Zij bleek de dochter
van mijn opa’s broer
We woonden al jaren enkele straten bij elkaar vandaan Deden boodschappen
in dezelfde supermarkt
Zijn elkaar vast gepasseerd in de Hinthamerstraat Op de markt In de
boekwinkel En zonder dat we het wisten Bleken we een stukje
familiegeschiedenis te delen
Hoeveel verbindingen zijn er om ons heen die we niet zien? Met hoeveel
mensen zijn we verbonden zonder dat we het weten?
Ik stel mij de wereld voor als een web vol lijntjes Vol verbindingen Dwars
door huizen, bossen, verhalen, oceanen en tijd
Gekozen verbindingen En verbindingen die we niet hebben gekozen Lijnen
tussen voorouders, ooms, tantes, nichten, neven Tussen mensen met wie we
een geschiedenis delen En mensen met wie we een leven delen Tussen vroeger
en nu Tussen wat gebeurd is en wat nog komen gaat
De vader van mijn oma zat in hetzelfde kamp als mijn opa Ze waren slapie
Jaren hebben ze naast elkaar geslapen Zonder te weten wat er uit die
ontmoeting zou voortkomen
Mijn opa en oma ontmoetten elkaar in Bandung Trouwden twee weken later
Kregen elf kinderen En nog meer kleinkinderen, achterkleinkinderen En
zelfs achter-achterkleinkinderen
Mijn dochter is eind november 2024 geboren Haar aanwezigheid voelt soms
als een kosmisch toeval En als een kosmisch geluk Want hoeveel
mensenlevens zijn eraan voorafgegaan Hoeveel ontmoetingen Hoeveel
toevalligheden
De afgelopen jaren ben ik op zoek gegaan naar de geschiedenis van mijn opa
en oma Naar hun verhalen
Omdat ik denk dat het belangrijk is dat we de verhalen blijven vertellen
Om te weten waar we vandaan komen En om te voorkomen dat oorlog alleen een
abstract feit wordt
Want iedere oorlog
Raakt mensen
Mensen met een naam
Met een familie
Een geschiedenis
En hopelijk een toekomst
Mensen staan nooit op zichzelf
Ze zijn verbonden
Dwars door zeeën
Steden
En tijd
Dwars overal doorheen
Toespraak 15-8-26 – Marit Buur
Lieve mensen, en in het bijzonder, lieve eerste generatie Indische
Nederlanders, Nederlanders en Molukkers,
Wat fijn en waardevol dat we hier vandaag zo samen zijn. Ik ben oprecht
dankbaar dat ik de gelegenheid krijg om op deze bijzondere dag het woord
tot u te richten. Om met u te spreken over een heel specifieke erfenis.
Niet een erfenis van geld of bezit, maar een onzichtbare nalatenschap van
onze Indische geschiedenis en cultuur. Juist deze cultuur vormt het cement
dat ons als mensen en generaties samenbrengt. Het slaat een brug tussen
verleden en heden, en precies die verbinding staat centraal tijdens deze
herdenking. Het was een vurige wens van mijn vader. Hij schreef het
letterlijk in zijn memoires: ‘Ik hoop dat de geschiedenis van
Nederlands-Indië van generatie op generatie wordt doorgegeven. Dat we niet
vergeten. Dat de slachtoffers herdacht blijven worden.’ Maar we weten
allemaal; de feitelijke situatie was complexer dan die wens. Toen de
Indische-Nederlanders naar Nederland kwamen, waren ze niet zo welkom als
ze hadden gehoopt. Sommigen voelden zich zelfs totaal ongewenst. In de
geschiedenisboeken op school ging het over de oorlog in Europa. Over de
oorlog in Nederlands-Indië stonden, met een beetje geluk, slechts een paar
schamele regeltjes. Onze geschiedenis werd doodgezwegen.
En ook thuis bleef het vaak stil. Veel van onze ouders zwegen. Sommigen
hadden hun trauma diep weggestopt en anderen wilden wel praten maar bleven
stil door de desinteresse die ze in Nederland ervoeren. Er werd van hen
verwacht dat ze hun eigen identiteit wegcijferden, dat ze hun eigen
cultuur opgaven en volledig opgingen in de Nederlandse cultuur.
Dat was de bodem waarop wij moesten groeien. Geen ideale omstandigheden
dus, om een erfgoed over te dragen. Maar we kunnen in dat verleden blijven
hangen, óf we kunnen als tweede generatie de schouders eronder zetten. Hoe
maken we die verbinding wel met ónze kinderen en kleinkinderen? Ik heb die
vraag gesteld aan verschillende vertegenwoordigers van de derde generatie.
Ik wilde van henzelf horen: vinden jullie die verbinding belangrijk? En zo
ja, hoe doen we dat dan? Ik deel graag het verhaal met u van mijn nichtje,
de dochter van mijn zus, het verhaal van haar broer, en het verhaal van
mijn jongste zoon. Hoewel mijn nichtje een warme en veilige band met mijn
vader, haar opa had, voelde ze tegelijkertijd dat hij niet graag sprak
over zijn oorlogsverleden in Nederlands-Indië. Ze stuitte op een muur van
stilte rond zijn getekende jeugd. Haar ouders bevestigden dat gevoel.
‘Begin er maar niet over met opa,’ zeiden ze.
Opa hield de boot af. De Japanse bezetting van Nederlands-Indië was een te
pijnlijk onderwerp. Groot was zijn ongeloof en onbegrip toen hij in 1971
vernam dat onze koningin de Japanse keizer Hirohito verwelkomde in
Nederland. Mijn vaders wond was te diep om hier begrip voor op te kunnen
brengen, laat staan erover te praten.
Maar nu terug naar mijn nichtje: Zij leerde zijn geschiedenis dus niet
kennen doordat hij erover praatte, maar zijn stiltes en non-verbale
signalen vormden ook een verhaal. Soms vraagt ze zich af of het schrijven
van zijn memoires voor hem een andere manier is geweest om zijn verhaal
toch te delen. Ze hoopt dat mijn vader zijn memoires tijdens zijn leven
heeft gedeeld met mijn moeder. Want juist via taal kan ruimte ontstaan
voor onderwerpen waar eerst over gezwegen werd. En zwijgen, niet die
verbinding zoeken met degenen die je lief zijn, maakt eenzaam, een
eenzaamheid die je niemand gunt en zeker niet onze liefste vader en opa.
Toen mijn nichtje zelf naar Indonesië reisde, zocht ze naar herkenning. Ze
vond die niet in de plekken, maar wel in de mensen. De warmte van haar opa
resoneerde in de manier waarop de mensen daar voor haar zorgden toen ze
erg ziek werd. Het viel haar op dat de Indonesische focus op het
'wij-gevoel' haaks staat op het westerse individualisme. Voor haar
leeft haar opa voort in tastbare dingen: die ene foto op haar kamer, zijn
memoires opgetekend in drie collegeblokken. Ze hoopt ooit een paar van
zijn schilderijen te erven. Zelf is ze nu ook gaan schilderen en de
ontspanning die dat brengt, doet haar vermoeden dat het voor haar opa
misschien wel therapeutisch was—om te relaxen en om zonder woorden toch
iets te uiten.
Mijn nichtje ziet dat de Indische cultuur wordt doorgegeven op kumpulans
en pasars. Hier viert de Indische eetcultuur hoogtij. Maar ook musea als
museum Sophiahof in Den Haag en museum Bronbeek in Arnhem bieden een schat
aan informatie, evenals literatuur en documentaires, en er is onlangs
zelfs een app gelanceerd waar de Indische cultuur en gemeenschap centraal
staan.
Ze merkt dat haar generatie, mede aangestuurd door maatschappelijke
debatten en academisch onderzoek, de media bereikte, en men vanaf ongeveer
2020 veel meer geïnteresseerd is geraakt in de geschiedenis van de
voormalige koloniën van Nederland. De debatten en onderzoeken lijken een
katalysator om het zwijgen eindelijk te doorbreken. De deuren gaan
langzaam open naar erkenning voor wie wij zijn en wat onze voorouders is
aangedaan. Hoewel ze zich bewust is van haar eigen Amsterdamse bubbel
blijft ze optimistisch. Met meer dan twee miljoen mensen die een link
hebben met Nederlands-Indië, is de geschiedenis simpelweg te groot om weer
te vergeten.
Haar broer deelt haar mening. Volgens hem worden jongeren zich steeds
bewuster van de geschiedenis van Nederlands-Indië en is de Indische
cultuur springlevend. Hij ervaart de verbinding in Amsterdam onder andere
op het Java-eiland waar hij woont, en waar in de jaren ’90 een hele wijk
is ontworpen met kades, grachten en tuinen met namen uit Indië, zoals de
Sumatrakade, Brantasgracht en de Bogortuin. Hij pleit ervoor dat ook in
andere steden straten, pleinen en parken een naam krijgen die verwijzen
naar de voormalige kolonie. Daarnaast lijkt het hem een goed idee als er
multiculturele plekken gecreëerd worden waar jong en oud uit verschillende
culturen elkaar ontmoeten.
Hij ziet dat het aantal herdenkingen en gedenktekens om de oorlog in
voormalig Nederlands-Indië te herdenken toeneemt en volgens hem zou dat
verder uitgebreid kunnen worden. Ook zouden de contacten tussen Nederland
en Indonesië verder aangehaald kunnen worden.
Allemaal goede ideeën en initiatieven om de volgende generaties meer te
verbinden met hun geschiedenis.
Allemaal goede ideeën en initiatieven om de volgende generaties meer te
verbinden met hun geschiedenis.
En dan mijn jongste zoon.
Een paar jaar geleden belde hij me vanaf Hawaï.
‘Hoe gaat het met je?’ vroeg ik hem en verwachtte een enthousiast
verhaal. ‘Even niet zo goed, mam,’ zei hij zacht.
Ongerust informeerde ik waarom niet.
‘Vandaag was ik in Pearl Harbor’ waar ik het monument bezocht dat
gebouwd is bovenop een door de Japanners tot zinken gebracht
slagschip. De lichamen van de Amerikaanse mariniers liggen hier nog,
mam.’ ‘Dat moet indrukwekkend geweest zijn’, antwoordde ik.
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn, en toen volgde een
diepe zucht.
‘Ik heb er nooit zo erg bij stilgestaan, maar toen drong de volle omvang
van wat er hier gebeurd is pas echt tot me door en brak ik. Toen
realiseerde ik me dat door het uitschakelen van de Amerikaanse vloot door
Japan, Nederland zich genoodzaakt voelde om Japan de oorlog te verklaren.
Dat dát het startpunt was geweest van de ellende die Indië te wachten
stond, de ellende die opa te wachten stond.
Zijn verhaal ontroerde me en baarde me tegelijkertijd ook zorgen. Op dat
moment, aan de andere kant van de oceaan, werd mijn zoon geconfronteerd
met de schaduwzijde van zijn geschiedenis. Maar hoeveel van wat hij op dat
moment met mij deelde, vertelde iets over zijn
eigen emoties, en hoeveel daarvan was het verdriet van zijn opa dat hij
als een ongenode gast met zich meedroeg?
Hij vertelde me ook dat hij opa’s horloge had meegenomen op reis. Ook
in Nederland draagt hij zijn horloge elke dag en zegt daarover:
‘Het horloge van opa verbindt mij met opa, dat heb ik altijd om. Door zijn
horloge is hij altijd bij me.’
Mijn zoon reisde niet alleen naar Hawaï, maar ook naar Indonesië. Zijn
wens om hiernaartoe te gaan had ook alles met zijn opa te maken. Hij was
nieuwsgierig naar zijn opa’s land, hij wilde meer weten over zijn Indische
roots. Hij voelt zich namelijk niet puur Nederlands. Hij houdt van de
Indische gewoontes, de gastvrijheid en de rijsttafels die met liefde
worden bereid. De Indische eetcultuur zegt hem veel meer dan de sobere
Hollandse pot. En zijn boodschap aan ons is glashelder:
‘We moeten de geschiedenis levend houden door de derde en vierde generatie
hier veelvuldig mee in contact te brengen. Verbinding ontstaat door deze
geschiedenis van jongs af aan in de familiekring door te geven. De
opvoeders moeten de fakkel overdragen.’
Ik deel zijn mening. Die interactie tussen de tweede generatie en de
volgende generaties is essentieel. Geven en ontvangen horen bij elkaar als
je in verbinding wilt zijn en blijven met elkaar. Ik hoorde een enorme
bereidheid bij de jeugd om te ontvangen. Maar dan moeten wij wel geven.
Naast alle voorbeelden die de revue zijn gepasseerd, kan dat ook simpelweg
door een gesprek aan de eettafel. Wij moeten vertellen. Zo kan ruimte
ontstaan voor onderwerpen waar vroeger over gezwegen werd.
Door het Indische en Molukse verhaal te delen, leren wij als tweede
generatie ook meer over onszelf en hoe wij ons verhouden tot de rest van
de wereld. Ook dit kunnen wij weer doorgeven aan onze kinderen en
kleinkinderen. Laten wij als tweede generatie de bruggenbouwers zijn, de
verbinders tussen de eerste en de derde en vierde generatie. Laten we het
samen doen, jong en oud. Laten we leren van wat onze voorouders ons hebben
voorgeleefd: bij hen lag de focus op samenwerken, samen delen en respect
voor elkaar hebben. Laten we van onze wijze voorouders leren en dit weer
doorgeven aan de volgende generaties. Juist nu, in een wereld vol
conflicten, is die verbinding belangrijker dan ooit.
Daarmee zou de wens van mijn vader in vervulling gaan. Daarmee zou de
droom uitkomen van zovelen die hun wortels in Nederlands-Indië hebben.
Dank u wel.
VERBINDING
Ik sta hier bij dit monument,
dat de herinnering levend houdt.
De verhalen van toen, de strijd van weleer,
aan onze generatie toevertrouwd.
Mijn generatie kent de angst niet meer,
de hitte, het kamp, het verdriet…
Maar in de verhalen die u aan ons doorgeeft,
vergeten wij uw offers niet.
Tussen volkeren die ooit tegenover elkaar stonden,
bloeit nu de witte Melati-jasmijn.
Een symbool dat herinnering en toekomst verbindt,
in een gedeelde wens van vrede en samenzijn.
Wij nemen de fakkel van u over,
wij dragen de stilte met ons mee…
Verbonden over grenzen en over de tijd,
als golven van dezelfde zee….
Geschreven voor Laelynn de Jager Helena Hübner.
Foto en filmverslagen van Gerard Monté
Honi Herdenking oorlogsslachtoffers Nederlands-Indië 1942-1949 - De
Grevelingen 15 augustus 2026
Toespraken 2024 - Doorgeven
Anneke Schults
Voorzitter HONI
Ieder jaar kiezen wij een thema, waarvan wij denken en hopen dat dit de
mensen aan het denken zet. Dit jaar hebben wij gekozen voor Doorgeven. Het
doorgeven van herinneringen en ervaringen. Door het doorgeven van de
verhalen willen wij de verbinding maken met jongeren tussen het heden en
het verleden. Dit thema is ook landelijk een belangrijk
item.
Nu zo langzamerhand een eind komt aan de generatie die uit eigen
oorlogservaringen kan vertellen, zullen wij onze kennis moeten halen uit
verhalen en ervaringen van de generatie die dat niet zelf heeft
meegemaakt. Je kunt je de vraag stellen “Waarom stil staan bij het
verleden als er op dit moment zoveel in de wereld speelt. Maar de historie
mag uit respect voor allen die voor het vaderland gewerkt en ook
slachtoffer zijn geworden mogen niet vergeten worden. Deze verhalen uit
het verleden in het voormalig Nederlands Indie zijn belangrijk voor deze
historie.
Enkelen onder ons hebben de oorlog nog meegemaakt maar kunnen dit nog maar
kort doorgeven Daarom zal de volgende generatie deze verhalen levend
moeten houden. Wij zijn daarom blij dat vandaag ook enkele jongeren van de
4e generatie hun medewerking willen verlenen aan deze herdenking. Zij
zullen het verhaal op hun eigen wijze overbrengen, in de hoop dat anderen
zullen volgen.
In het verleden werd Het Indisch Zwijgen ons opgelegd. Er was in Nederland
geen bereidheid om te luisteren naar de verhalen die werden meegebracht
uit Indonesie. Men werd behandeld als tweederangsburgers, De Indo’s kregen
het stempel van mensen met onaangepast gedrag, domme mensen die hun mond
moesten houden. De Molukkers werden weggestopt in opvangkampen.
Het is belangrijk dat de jeugd kennis neemt van deze historie. Gelukkig
komt er steeds meer aandacht voor in het onderwijs. Uit eigen ervaringen
weet ik dat de jeugd heel geinteresseerd is in deze historie. Een oproep
aan u allen
“Vertel uw verhaal” nu het nog kan
En niet alleen de verhalen met alle ellende uit de oorlog, maar ook de
mooie herinneringen : het land, de prachtige natuur, de cultuur met haar
geheimzinnigheden, de creativiteit van de mensen, de vrijheid en de
onbezorgdheid en niet te vergeten de bamichinees! Die net zoals de
ijscoman hier in Holland langs de huizen kwam.
Het luisteren naar elkaars verhalen, die van hun ouders, grootouders en
hierover een debat aangaan.
Alle verhalen mogen verteld worden. Er zijn ook verhalen die veel dicussie
oproepen. Niet wegstoppen van de verhalen van de andere partij, waaronder
ook veel slachtoffers gevallen zijn. Het open staan hiervoor en het
gesprek blijven voeren, al is dat soms niet makkelijk.
De jongeren moeten het verhaal doorgeven, daarvoor is hun betrokkenheid
en kennis nodig.
Hoe kunnen we dat gerealiseerd krijgen?
Naast mondelinge overlevering vraagt de moderne tijd ook andere vormen van
doorgeven Het doorgeven via sociale media, digitale media, blogs of video
platforms past in de belevingswereld van jongeren Educatieve programma’s
op scholen , bijwonen van herdenkingen vormen daarbij een waardevolle
aanvulling en stimulans.
Ik ben heel blij dat dit jaar het bestuur erin geslaagd is om hier op onze
herdenking en aantal jongeren te laten spreken.
Ik eindig met een gedicht van Frederiek Spigt dat bij mij herinneringen
oproept en waarin ik mijn eigen verhaal herken.
Buigen voor de keizer
Buigen en een beetje snel
Buigen voor de keizer
Buigen op appel
Al staan ze op je handen
En slaan ze met hun koppelriem
Wij zullen buigen, maar niet breken voor dit helse kampregiem
En als je lacht dan krijg je klappen
En als je huilt dan krijg je straf
En als je hoopt op iets te eten, krijg je koude stijfselpap
En ikzelf voeg hier nog iets aan toe:
Ik hoef niet meer te buigen, ik word niet meer geslagen, ik mag lachen en
huilen en ik krijg genoeg te eten. Ik ben dankbaar dat ik leef in
vrijheid.
Ik wens u een mooie herdenking
Anneke Schults voorzitter HONI 42-49
Wouter Korsten
Leerling groep 7 Jenaplanschool s-Hertogenbosch
Ik ben Wouter Korsten. Leerling groep 7 Jenaplanschool s-Hertogenbosch
Mijn overgrootvader heeft heel lang met zijn familie in het voormalig
Nederlands Indië gewoond. Hij was een Indo, zijn moeder een Nederlander en
zijn vader een Indische. Hij werkte mee als architect aan een groot
stuwmeer in Solo. Door zijn kennis van waterbouw heeft hij de welvaart van
de bevolking kunnen verbeteren. In het begin van de Japanse bezetting
hoefde hij niet in het kamp, omdat de Japanners zijn technische kennis
nodig hadden. Hij verzette zich tegen de Japanse oorlogsindustrie en dus
werd hij alsnog opgepakt en dood gemarteld. Zijn zoon Edje werd als 12
jarige jongen in een jeugdkamp geplaatst. In dit kamp moest hij helpen met
lijken vervoeren. Mijn overgrootvader heeft het kampleven overleefd. Hij
meldde zich als KNIL militair. Hij was toen 18 jaar.
Ik heb hier zijn zakmes!
Dit mesje heeft hem steun geboden in het kamp
Hij wist soms stiekem in de opslag te komen.
Hij sleep met dit mes een stokje scherp en wist dan heel kleine gaatjes in de suikerzak te prikken.
Zo snoepten ze stiekem van het suiker zonder dat iemand dit doorhad!
Mijn vader heeft dit mes later van hem gekregen.
Graag wil ik tot slot een gedicht voordragen:
Het is lang geleden maar nog steeds niet vergeten.
Dat er zoveel mensen in de kampen daar hebben gezeten.
Er zit nog altijd veel verdriet.
Nabestaanden vergeten dit niet.
Het verleden van onze families moeten we af en toe weer toe laten.
En daarom wil ik hier graag met u over praten.
De pijn slijt maar restjes blijven soms toch bestaan.
Daarom denken we vandaag aan de mensen die toen zijn heengegaan.
Dank u wel...
Rogier Schults
4e generatie (herdenkers/slachtoffers?)
Goedemiddag Dames en Heren ( alle bezoekers van deze herdenking)
Mijn naam is Rogier Schults en ik behoor tot de 4e generatie
(herdenkers/slachtoffers?). Ik ben van mening dat de verhalen uit de
periode 1942-1949 nooit mogen worden vergeten. Daarom sta ik hier vandaag
om mijn bijdrage te leveren en zal ik u een stuk voorlezen uit het dagboek
van mij overgrootvader. Ik heb gekozen voor een passage waarin de
bevrijding beschreven wordt. Dit omdat ik de boodschap hoe belangrijk
vrijheid is belangrijk vindt. (De wrede martelingen en vernedering door de
Japanners vond ik te heftig om hier te vertellen.)
Eerst licht ik even kort toe wie mijn overgrootvader is.
Zijn naam was Sjef Pols. Toen hij 86 jaar was heeft hij zijn levensverhaal
met de hand opgeschreven, waaronder zijn ervaringen in het voormalig
Nederlands-Indie tijdens de bezetting.
Hij was toendertijd een KNIL militair en tijdens de bezetting
krijgsgevangene van de Japaners. Van de Japaners moest hij als
dwangarbeider werken aan de Pakanbaruspoorweg in Sumatra. Deze spoorlijn
zou Japanse troepen en materialen moeten vervoeren. De leefomstandigheden
waren erbarmelijk . Slechte voeding, mishandeling en tropische ziekten
zoals malaria, cholera dysenterie, gebrek aan medische zorg en uitputting
kosten aan velen het leven. De Pakanbaruspoorweg is een symbool geworden
van de gruwelen van de Japanse bezetting en de offers van de
dwangarbeiders.
Ik zal nu een passage uit zijn dagboek voorlezen:
(pauze)
Als 86-jarige wil ik het beschrijven zoals ik het heb meegemaakt en aan
den lijve heb ondervonden. Het is geen opgewekt schrijven, maar wel een
schrijven van ware gebeurtenissen.
Na een aantal jaren van geluk in Bandung samen met mijn vrouw en ons
kleine dochtertje kwam er een bruut einde aan dit geluk door het uitbreken
van de oorlog.
Bij het uitbreken van de oorlog bevond ons leger en het militair gezag
zich in een armzalige toestand. Tegen het machtige Japanse leger met
modern uitgerust materiaal, zowel op zee ter land als in de lucht werd het
al snel een verloren eindstrijd. Er werd door legerleiding en staf
besloten tot een algehele capitulatie en hiermee werd het doodvonnis van
duizenden krijgsgevangenen getekend.
Binnen 24 uur moesten wij ons bij de japanners melden hoogstens met wat
kleren en een koffer. Vrouw en kinderen moest je achterlaten, en dan te
weten dat ook zij waren overgeleverd aan de vijand. Dat afscheid ging met
veel verdriet en tranen gepaard, ineens alles weg met de gedachte “Hoe
moet dit alles aflopen, hoe zal het verder gaan?
De soldaten begonnen met alles van je af te pakken: horloges, ringen,
sieraden etc. Ook moest je steeds voor hen diep buigen. Dit alles ging
gepaard met schreeuwen en slaan onder hoongelach. Zo werden wij als honden
behandeld.
De heren van de plantages en bedrijfsleven hadden nog een stille hoop dat
zij gespaard bleven, maar ook zij moesten hun paspoort inleveren en werden
geïnterneerd.
Ook moesten na een tijdje de vrouwen en kinderen zich melden, alles
afgeven en ook zij waren gedoemd om te buigen en te bukken voor de
Japanners en de vernederingen te ondergaan. Zo hadden de Jappen alles op
touw gezet en hadden zij niets meer te vrezen van de Hollanders en was de
hele zaak voor hun een vertoning van macht en wellust en werden wij
beschouwd als slaven voor hun werk.
Op een dag werd bepaald dat wij naar Sumatra zouden worden overgebracht.
In colonne werden wij naar het station gebracht en rug aan rug in een
goederwagen gestopt. Zonder eten of drinken vertrokken wij richting
Batavia. Daar lag een boot klaar voor onze overtocht. Na wat water en
voeding gekregen te hebben werden wij in de ruimtes geladen. De reis zou 5
dagen duren. Velen van ons kregen last van buikloop en zeeziekte en konden
dan niet meer op tijd de wc bereiken. De ondraaglijke stank en warmte
zorgden voor nog meer zieken. Je lag als beesten te wachten op het einde
van deze onmenselijke reis. Als je je maar enigszins verzette werd je
afgeranseld.
Na twee dagen werden wij weer op vrachtwagens geladen. Rug aan rug elkaar
steunen om niet van de wagen af te vallen. Zo kwamen wij uiteindelijk in
het kamp terecht. Een kamp met bamboe bedekt met atap, takken van
klapperbomen als bescherming tegen de regen. Vaak begreep je niet dat een
mens zoveel kan doorstaan, zowel lichamelijk als geestelijk en ik moet u
vertellen dat ik toen God verzocht heb om ons maar te laten sterven met
een onmiddellijke dood.
Maar het gebed werd niet verhoord en wij moesten met slagen en schoppen
ons kampement in orde maken en daarna begon het werk aan de spoorweg. Van
s morgens 7 tot s avonds 5 uur in de gloeiende zon. Het eten bestond uit
tapioca pap . s middags en s avonds een schep rijst met bladeren groen en
gemalen darmen . Na een paar maanden begon de honger te knagen en kregen
de mensen berrie berrie en buikdysentrie. Medicijnen ontbraken met gevolg
dat er steeds meer mensen stierven.
En zo ging het dag na dag , maand na maand ,jaar na jaar. En daar in de
oerwouden van Sumatra had je geen benul van wat erbuiten gebeurde. Maar
het werk aan de spoorweg moest doorgaan. Op sommige plaatsen in het
oerwoud eiste de malaria zijn tol. Als je gestoken werd kreeg je hoge
koortsen met de dood als gevolg. Van de Japanners kreeg je geen medicijnen
maar als je de schil van een kinineboom kon eten raakte je de malaria weer
kwijt. Ook levende dieren uit het oerwoud zoals ratten, slangen, vissen
werden stiekem mee naar het kamp genomen en opgegeten.
Steeds meer doden waren het gevolg van dysenterie en ook waren er onder
ons die er zelf een eind aan maakten. Op zondag had je een rustdag, je lag
dan op je brits elkaar aan te kijken met de wanhoop in je ogen en denkende
“Hoe lang zal het nog duren ????
(pauze)
Bevrijding
Naarmate de Jappen meer verlies gingen lijden tegen de Amerikanen, hoe
meer wij het moesten ontgelden. Onze kracht was bijna ten einde . Menig
lotgenoot vond zijn dood in de latrines. Dat waren onze wc’s gemaakt van
bamboebruggen over een grote kuil met in het midden een opening van een
halve meter waar je dan boven moest gaan zitten en zo je behoefte moest
doen. Als je je evenwicht verloor dan viel je in de kuil en kon je niet
meer oprichten doordat je geen kracht meer had, dan betenkende dat ”een
onherroepelijke dood tussen de maaientroep.” Als ik er nu nog aan denk dan
word ik er beroerd van. Ik ben zelf goed door de gevangenschap heen
gerold. Wel vaak geslagen maar ik was vanaf het begin al bij de sterken te
noemen, en niet vlug opgeven. Dat was mijn geluk.
En toen kwam het ogenblik nabij dat er een einde kwam aan onze
gevangenschap. Wij wisten allen van niets tot op een morgen wij geen
Jappen hoorden brullen om aan te treden voor ons werk aan de spoorweg. Een
majoor van ons leger kwam de barakken in en deelde ons mee dat de oorlog
afgelopen was en wij weer vrij waren. Zoals u zult begrijpen was dat voor
ons niet te geloven. Wij vlogen elkaar van blijdschap om de hals en
dansten en sprongen van plezier. Wij konden het niet geloven. Het
vreemdste van alles was dat er geen Japanner meer te zien was, alleen onze
bondgenoten de Brits Indische soldaten de Gurka’s .
De Japanners waren allen gevlucht in de oerwouden, en zodoende konden wij
ze niet afmaken als vergelding voor wat zij ons hadden aangedaan.
Het gevoel om weer mens te mogen zijn, de vrijheid in het kamp, niet meer
naar de spoorweg in de gloeiende zon, geen vernedering meer met schoppen
en slaan , geen hongerlijden, niet meer buigen en bukken en weer het
gevoel terugkrijgen dat je mens bent en verlost bent van de Jappen, die
ons jarenlang hadden afgebeuld en aan ons lot hadden overgelaten.
Het ogenblik van vrijheid dat wij allen aangetreden stonden! Dat de vlag
werd gehesen! en wij het Wilhelmus zongen. Nog dezelfde dag kwamen de
voedseldroppings, en het gevoel om weer normaal eten te krijgen is niet te
beschrijven.
Helaas vielen er de eerste dagen nog doden te betreuren, omdat sommigen te
veel aten en de darmen het niet konden verdragen. En dat was heel erg;
eerst je vrijheid , en dan te moeten sterven door je
eigen schuld.
Het leven ging verder en de tijd was gekomen dat wij allen terug konden
keren naar onze gezinnen, waarvan je niet wist waar ze zaten en of zij nog
leefden. Van onze bondgenoten kregen wij alles wat wij nodig hadden aan
kleding en kon je het laatste stukje rijstzakstof wat je nog om je middel
had om je geslacht te bedekken, wegwerpen.
Daarna begon ons transport met legervliegtuigen van Sumatra naar Java.
Nooit zal ik de dag vergeten dat ik in het vliegtuig kon stappen en de
plaats kon verlaten die jarenlang een hel voor mij geweest was. Ook moest
ik tijdens mijn vlucht denken aan de kameraden die daar lagen begraven en
hun leven hadden verloren door de gruwelijkheden van de doden spoorweg van
Sumatra.
Na 3 uur vliegen werd je met bussen naar de kampen gebracht, waar je je
vrouw en kind in je armen kon sluiten. Met een blijdschap en vreugde die
in geen 1000 woorden te beschrijven zijn en waardoor je van aandoening
geen woord kon uitbrengen. Je vrouw en kind in je armen sluiten zonder een
woord te kunnen uitbrengen. Na 5 minuten weer bij te komen en te beseffen
dat het geen droom is. Ja dan val je op dat ogenblik toch wel even samen
op je knieën, een kruisteken te maken en God te danken voor het weerzien
met elkaar.
Door deze vernederingen en de onmacht tijdens de gevangenschap is bij
velen een haat tegen de Japanners ontstaan. Mijn overgrootvader sprak er
wel eens over, maar naast de afkeer van de Japanners, gaf hij de
Nederlandse regering de schuld. s-Nachts had hij nachtmerries, hij wilde
nooit naar Indonesië terug. In vele families heeft deze periode grote
wonden achtergelaten, en velen hebben er trauma’s van overgehouden. U kunt
zich afvragen: Moeten deze verhalen nog worden verteld? Het is al zo lang
geleden en wat verandert erdoor? Uit respect wat er in deze periode
gebeurd is, ‘voor de vele slachtoffers die gevallen zijn in deze periode,
ook die tijdens de Bersiap en daarna in de strijd voor de
onafhankelijkheid, mag dit nooit vergeten worden. Daarom sta ik hier als
jongere om het verhaal van mijn overgrootvader te vertellen, in de hoop
dat onze generatie nooit meer een oorlog hoeft mee te maken.
Onderstaande link; Korte impressie van de gehouden HONI-Herdenking 2024 op
DTV
(Den Bosch e.o.)
HONI-herdenking Oorlogsslachtoffers Nederlands-Indië
Toespraken 2023
Anneke Schults
Voorzitter HONI
Geachte aanwezigen
Wat fijn om u allen welkom te heten op onze jaarlijkse herdenking.
En na regen komt zonneschijn en dat is ook nu weer uitgekomen.
Voor deze herdenking heeft u om 12 00 uur de klokken van de
St.-Janskathedraal horen luiden, vergezeld van meerdere kerken. Wij zijn
de heer Swane zeer erkentelijk dat hij er voor gezorgd heeft dat het
Bossche klokkenluidersgilde de klokken geluid heeft ter herdenking aan de
capitulatie van Japan en de bevrijding uit de kampen op 15
augustus, vele jaren geleden.
Wij zijn hier allen bij elkaar om stil te staan bij alle slachtoffers uit
de Tweede Wereldoorlog .
Ook de slachtoffers , die gevallen zijn aan Indonesische zijde tijdens de
Japanse bezetting en de Bersiap, mogen hierbij niet vergeten worden
Wij denken aan Het land waar onze ouders en voorouders goede en
slechte tijden hebben meegemaakt. Onder ons zijn er slechts nog
enkelen die kunnen vertellen uit eigen ervaringen. Het verhaal mag
echter nooit vergeten worden en daarom is het zo belangrijk dat onze jeugd
kennis neemt van deze verhalen. Het Indisch zwijgen moet worden
doorbroken. De historie mag nooit verloren gaan. Er wordt weleens
gesuggereerd dat de jeugd niet zo geinteresseerd is in onze verhalen, maar
ik kan u verzekeren het tegendeel is waar. Tijdens de gastlessen die ik op
scholen geef hangen zij aan je lippen. Er zijn er altijd bij die een
familielid of een kennis hebben die in het voormalig Nederlands Indie
gewoond heeft. Een van de leerlingen die ik op een school ontmoet
heb is hier vandaag aanwezig om te vertellen over zijn overgrootvader.
Door de oorlog in Oekraine worden wij weer met de neus op de feiten
gedrukt wat een oorlog te -weeg kan brengen. Hoe dankbaar wij moeten zijn
dat wij allen hier in vrijheid kunnen leven, zonder angst. Dat wij hier
bijeen kunnen zijn met onze familie en vrienden zonder het gevaar te lopen
dat er een bom op ons valt.
Saamhorigheid is ons thema dit jaar . Bij deze herdenking voelen wij
allen de lotsverbondenheid met ons verleden. Een gezamenlijke
interesse, gezamenlijke mooie ervaringen, gezamenlijk verdriet,
gezamenlijke teleurstelling . Een gevoel van herkenning en bij
elkaar te horen.
Dit gevoel leeft nog steeds sterk bij iedereen die daar geleefd
heeft, Nederlanders, Indo’s, Molukkers .Dit saamhorigheidsgevoel
heeft velen tijdens moeilijke momenten in Japanse gevangenschap geholpen
om te overleven.
Hier in Nederland kennen wij dat saamhorigheidsgevoel ook in een andere
vorm. Als b.v het Nederlands elftal kampioen wordt. Straten
worden versierd, vlaggen opgehangen . Er is dan geen verschil tussen arm
en rijk ,hoog of laag iedereen is dan gelijk en in de ban van het
nationale saamhorigheidsgevoel.
Dit jaar hebben wij dus een jonge spreker in ons midden Hopelijk
stimuleert dit om meerdere jongeren bij deze herdenking te betrekken. Een
oproep aan u om volgend jaar uw kinderen en kleinkinderen mee te brengen.
Omdat dit jaar de Molukse gemeenschap ook in de belangstelling staat
vinden wij het een eer dat de heer John Sasabone als gastspreker bij ons
wil komen. Hij neemt ons mee in zijn leven en vertelt ons hoe
saamhorigheid soms ook beperkingen met zich mee brengt.
Geachte aanwezigen ik wens u een mooie herdenking waarin u misschien iets
van uzelf herkent!
Anneke Schults
Richard Ehrencron en kleinzoon Noa
Gastsprekers
Goedemiddag Dames en Heren
Ik ben Richard Ehrencron en ik sta hier met mijn kleinzoon om iets
over mijn vader te vertellen.
Ik ben de zoon van Rinus Ehrencron bijgenaamd Oom Njootje.
In tegenstelling tot het Indisch Zwijgen vertelde hij altijd met trots
over zijn diensttijd als marinier in Nederlands Indië, waarin admiraal
Helfrich een bijzondere rol speelde.
Hij was een echte Indo en getrouwd met een Indische vrouw. Zij kregen 7
kinderen.
Mijn vader was geen KNIL militair. Toen de oorlog uitbrak is hij niet
krijgsgevangen gemaakt door de Japanners. Samen met zijn gezin is hij door
de Engelsen opgevangen en naar een buitenkamp gebracht.
Als buitenkampers wisten zij te overleven ofschoon het op het laatst
steeds moeilijker werd. Zij werden gedoogd maar moesten daar veel
voor betalen.
Na de oorlog woonden zij in Jakarta, waar hij samen met een compagnon een
klein expeditiebedrijf had. Tot 1955 hadden zij daar een goed bestaan.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië, moest hij helaas met zijn gezin
naar Nederland vluchten., omdat hij niet koos voor de Indonesische
nationaliteit.
Omdat zij niet meer veilig waren voor de Indonesiërs , is hij met
zijn gezin, vader, moeder en 7 kinderen in 1955 met een
troepenschip De Waterman naar Nederland gekomen.
Zoals zovelen waren wij hier niet welkom, wij verhuisden steeds van
contractpension naar pension en moesten daar veel voor betalen. Als kind
moest ik steeds naar een andere school. Steeds weer opnieuw integreren.
Net als je wat gewend was aan een nieuwe omgeving moest je weer weg.
Door mijn huidskleur werd ik vaak extra gepest en uitgescholden voor pinda
of poepchinees. Uiteindelijk zijn wij in Utrecht terecht gekomen.
Omdat mijn vader een gezin had van 7 kinderen moest hij werk zoeken.
Weliswaar lukte het hem om bij Defensie aangenomen te worden, maar wel
voor werk onder zijn niveau.
Hij werd bandensjouwer.
Een groot verschil: Eerst In Indonesië een hoge onderscheiding van de
koningin en nu in Nederland een baan als bandensjouwer. Maar er moest
tenslotte brood op de plank komen voor zijn gezin.
Ik herinner me hem als en rustige man, maar ook als
verhalenverteller.
Over de Waringing boom, waar je geesten tegen kon komen . Thuis bij ons In
de gang hing een groot zwaard met een klein rood puntje.
Met het zwaard was een Japanner gedood en het bloed kleefde nog aan het
puntje, vertelde mijn vader dan. Wij waren daar bang voor.
Uiteindelijk heeft hij daarom het zwaard en een aantal krissen aan het
Tropenmuseum geschonken.
Na 15 jaar in Nederland is hij helaas slechts 59 jaar geworden.
Ik sta hier nu met mijn kleinzoon en ik vind het heel bijzonder dat hij zo
geïnteresseerd is in onze geschiedenis. Hij is heel trots op zijn
overgrootvader en hij wil hier nu graag zelf iets over vertellen.
Ik ben Noah Bislimi en ik ben heel trots op mijn overgrootopa
Het is Februari 1942. In de haven in Tandjong Priok. (Batavia) zijn
ruim 140 marineschepen gestationeerd, van onder andere de Nederlandse
marine met het doel in de Javazee een Japanse invasievloot tegen te
houden, wat in eerste instantie gelukt is.
Mijn overgroot opa Marinus Thomas Ehrencron stond daar op de wacht. Op een
bepaald moment zag hij een heleboel Japanse vliegtuigen aankomen. Door
zijn optreden heeft hij door het hijsen van de vlag de eerste
invasie van de Japanners kunnen voorkomen , zodat de Nederlandse
vloot waaronder de kruiser Hare Majesteit. De Ruyter niet tot zinken is
gebracht. Bij de tweede aanval om half vijf ‘smiddags heeft hij
samen met zijn kornuiten met het afweergeschut de Japanse
gevechtsvliegtuigen verdreven.
Aan onze kant zijn geen verliezen geleden.
Helaas bleek de Japanse overmacht te groot en verloor Nederland daarna in
de slag in de Javazee, waarbij ook de kruiser Hare Majesteit de Ruyter
werd getorpedeerd. Nederland moest zich alsnog overgeven.
Opa Ehrencron was matroos 1e klasse.
Opa Ehrencron werd na de oorlog op de marinebasis te Jakarta op 7
maart 1949 gedecoreerd en ontving de onderscheiding kruis van verdienste.
Eric Alink
Stadschroniqueur
Letterdans
Als je lang naar het woord saamhorigheid kijkt, gaan de letters
voor je ogen dansen. Er ontstaan nieuwe woorden, waarvan enkele aan de
geschiedenis van voormalig Nederlands- Indië raken. In het woord
saamhorigheid zitten smaragd en hagedis verstopt, maar ook
drama, morsigheid en Hiroshima. Is dat toeval?
Ik denk van niet. Taal zit vol wetmatigheden en taalt zelden naar toeval.
Taal is als spekuk of kek lapis: zij kent gestapelde
lagen waarin verborgen wijsheid ligt opgeslagen.
Wel heb ik een vraag. Is saamhorigheid een vertrouwd Indisch of Moluks
begrip? Ik grasduinde in de archieven van kranten uit de Oost, met name
uit de periode 1942 tot 1956. Het Bataviaasch Handelsblad, De Indische
Courant, De Javabode. In die veertien beslissende jaren stond het woord
verdeeldheid 1.444 in de Indische kranten, het woord saamhorigheid slechts
329 keer, zelfs inclusief de spelling met dubbel-o die tot 1947 gold.
Toch vind ik saamhorigheid een woord dat past bij de Indische archipel.
Haar eilanden zijn nooit eenzaam, omdat ze weten dat ze bij andere horen.
Het geldt voor Ambon, Haruku, Saparua, Nusa Laut, maar ook voor Lombok,
Sumbawa, Sumba en Flores.
Saamhorigheid tekent zich ook af en in de
flora. De 48.000 verschillende soorten planten, bloemen en bomen van
Indonesië vormen een wijdvertakte en fijnmazige gemeenschap. Het liefst
groeien al die natuurvormen in elkaars nabijheid – de maanorchidee, de
waringin, de zoetgeurende melati. Een zeldzaam
ecosysteem, zolang het nog bestaat, want wij slopen de aarde.
Verzot
In de fauna van Indonesië zie je eveneens de kracht van verbondenheid. Een
dier alleen is in slecht gezelschap, weten de karbauw, de makaak en de
rijstvogel. Want overal loert gevaar. In je uppie is het sowieso minder
knus. Gelukkig zijn enkel de zeesterren en platwormen in Indonesië
veroordeeld tot de saaiheid van voortplanting zonder geslachtsgemeenschap.
En de mens? Evolutionair zijn wij slechts een armlengte verwijderd van de
orang-oetan op
Sumatra, die niet zonder de geborgenheid van de groep kan. Dat geldt ook
voor ons. Wij zijn
verzot op onderlinge verbondenheid. Want wij weten instinctief dat we in
ons eentje
reddeloos verloren zijn.
Al sinds mijn jeugd zie ik hoe mensen wier leven met de Oost is verweven
vaak grote
saamhorigheid kennen. Drie taferelen, die dat illustreren.
Ik denk aan de vliegerwedstrijden op het Molukse woonoord Lunetten in
Vught, die ik in de
jaren tachtig bezocht. Luchtduels met vlijmscherp vliegertouw, waarmee je
dat van de
tegenstander probeerde door te snijden. Feest, muziek, eten, terwijl de
vliegers hoger en
hoger vlogen, maar nooit zo hoog als de stem van Jimi Bellmartin, die op
28 mei 2021 in het
ijle zou verdwijnen.
Ik denk ook aan
wereld kwam. Op 31 augustus 1954, de verjaardag van koningin Wilhelmina,
zette ze voet
aan Nederlandse wal, samen met dienstplichtig militair Jos, haar man die
ze op Java had
ontmoet. Ze kregen een woninkje vlak bij de Hadewychstraat, een straatnaam
die in de jaren
vijftig en zestig vooral naar de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van
kinderen verwees. Zelf
kreeg Dien er
de lieve mevrouw Veltman, Dien Veltman, die in 1923 in Yogyakarta ter
negen, plus veertien cucu oftewel kleinkinderen en zeventien
cici, achterkleinkinderen. Onbetwist was zij het vliegwiel achter
saamhorigheid in de familie. In 2017 kwam Dien op De Grevelingen te wonen.
Op 7 mei van dit jaar stierf ze, twee maanden voor ze een eeuw oud zou
worden. Voortaan is er een tijd voordien en een tijd nadien.
Tot slot denk ik aan Performing Gender – Dancing in Your Shoes,
een gezamenlijk dansproject van communities uit acht Europese
landen. Theaterfestival Boulevard is er een van. Afgelopen week kwamen ze
in Den Bosch samen, om hun gedanste verhalen te tonen. Voor de Bossche
bijdrage werkten acht mensen uit de Nederlands-Indische en Molukse
gemeenschap anderhalf jaar samen, onder leiding van choreograaf Jija Sohn.
Een gezelschap met humor: hun performance heette
But First We're Going To Eat. Tegelijkertijd is het een project
met grote reikwijdte. In de saamhorigheid van de groep durfden sommige
deelnemers voor het eerst dagboeken, ongeopende brieven en verzwegen
verhalen van lang geleden met elkaar te delen.
Remedie
Het is saamhorigheid die aan een zonnig land herinnert. Maar waar zon is,
is onvermijdelijk ook schaduw. Zo heeft saamhorigheid ook een koele of
zelfs donkere kant. Want zij kan in behoedzaamheid omslaan, zelf in
achterdocht jegens dat wat minder vertrouwd of onbekend is. In het
allerslechtste geval leidt saamhorigheid tot onvrijheid of zelfs
uitsluiting. In gemeenschappen die die zich verbonden weten in hun cultuur
ligt dat risico steevast op de loer. Volgens mij is er maar één remedie om
hun saamhorigheid te behouden. En dat is
– paradoxaal genoeg – het delen van hun cultuur met de wereld buiten de
eigen gemeenschap.
Dat begint met openheid. Lang volgden de eerste en tweede generatie de
overtuiging dat zwijgen de moeder van alle wijsheid is. Velen leefden met
gesloten lippen, uit verzet tegen de herinnering aan hun opengevallen mond
toen ze ooggetuigen van gruwelen waren. Hun stugge zwijgen zagen zij als
loyaliteit aan de gemeenschap. Of het verlichting bracht, is de vraag.
Angst en offers gaan immers vaak samen.
Ruim een eeuw geleden schreef Louis Couperus zijn Indische roman
Van oude mensen de dingen die voorbijgaan, over saamhorigheid
waarachter verhalen zijn weggemoffeld. Het is een schitterende, maar ook
beklemmende roman over geheimen, verdrongen herinneringen en kapotgebeten
lippen. Eén geruststelling: tot 'de dingen die voorbijgaan' behoort het
idee dat zwijgen over angst en verdriet zinvol zou zijn. Want
saamhorigheid en verhulling vormen een slecht huwelijk. Volgens mij gaat
het juist om het uitspreken van de verstopte verhalen en het hardop durven
stellen van vragen. Ook de ongemakkelijke.
Zoals?
De vraag wat het aandeel van onze voorouders aan het Nederlandse
kolonialisme is geweest, de tijd waar de chaotische Bersiap haast
onvermijdelijk op volgde.
De vraag of één Westerling meer leed kan veroorzaken dan duizend
westerlingen. De vraag of Nederland wel zo gastvrij was en is als het zich
graag voordoet.
De vraag wat het betekent dat Japan onze bondgenoot is in de strijd tegen
het expansieve China.
De vraag of we dulden dat elke nieuwe generatie een nieuwe bergtop is die
een ander zicht op de geschiedenis kan bieden.
Taal taalt zelden naar toeval, zei ik in het begin. In dat besef kan het
vast geen toeval zijn dat in het woord herdenking het woord
kinderen zit. Zij zijn de dragers van de herinnering, in
saamhorigheid die past bij hun nieuwe wereld, dromen en tijd.
___
© Eric Alink, journalist, schrijver en stadschroniqueur uitgesproken op 15
augustus 2023 bij de HONI-herdenking in ’s-Hertogenbosch, die in het teken
van 'Saamhorigheid' stond.
John Sasabone
Gastspreker
Semarang, 18 mei 1951:
Ik ben 8 jaar oud. Mijn vader, die KNIL-militair is, komt thuis met het
dienstbevel, in opdracht van de Nederlands regering: Vanmiddag inschepen
met het gezin op het schip GOYA om naar Holland te vertrekken. Wij wachten
al enige tijd op dit dienstbevel en de koffers staan al klaar. Ook de
houten KNIL kist met zijn legernummer en de militaire uniformen gaan mee.
De Molukkers vochten in het KNIL leger voor de Nederlanders, hen is een
vrij Molukken beloofd. Door deze belofte hebben de meeste Molukse
KNIL-militairen ingestemd om tijdelijk naar Nederland te gaan. Ondertussen
had Nederland een groot gedeelte van haar kolonie Nederlands-Indië
overgedragen, inclusief het grondgebied van de Molukken.
Het verblijf in Holland zou voor 6 maanden zijn, maar is uiteindelijk voor
onbepaalde tijd gebleken.
15 augustus 2023:
Mijn naam is John Sasabone, zoon van KNIL-militair Demianus en zijn vrouw
Poppie, 2e generatie Molukkers in Nederland, opgegroeid in Kamp Vught.
Anneke Schults heeft mij gevraagd om mijn persoonlijke verhaal als
Molukker in Nederland te vertellen op deze Herdenkingsdag, die in het
teken staat van Saamhorigheid.
Molukkers zijn de inlandse bewoners van de Molukken, afkomstig van de
Alfoeren, de bewoners van het moedereiland van de Molukken,
Ceram.
Saamhorigheid is de basis van de Molukkers, ook in Nederland: Lain Sayang
Lain is heel belangrijk voor ons. Het betekent zoiets als: We zijn er voor
elkaar en kijken naar elkaar om.
Terug naar Semarang 18 mei 1951:
We schepen in op de Goya, 1 van de 11 schepen die KNIL-militairen en hun
gezinnen in 1951, op dienstbevel naar Holland brengt. 1 schip vaart nog
een 2e keer uit om de laatste Molukkers naar Holland te
brengen. Op de Goya zijn 875 personen officieel
geregistreerd. Daarnaast zijn er nog een onbekend aantal verstekelingen.
Aan boord is er weinig ruimte, de vrouwen en kinderen blijven vooral
benedendeks. De mannen verblijven bovendeks en hebben het altijd koud. Wat
staat ons te wachten in dat koude Kikkerland? Gelukkig is het maar voor
een half jaar….
Holland, vanaf juni 1951
Na 4 weken komen we aan op de Loydkade in Rotterdam. Op de kade zien we
vrouwen staan, en ik zeg tegen mijn vriendje Simon: Kijk dan Simon, die
vrouwen zijn aan de achterkant van hun benen geopereerd! Achteraf blijken
dat de nylons te zijn van destijds, die hadden vroeger een streep.
Na aankomst gaan we eerst naar Amersfoort om onderzocht te worden op
ziektes. Daarna vertrekken wij naar Vught, om te verblijven in de barakken
van het voormalige concentratiekamp Vught. Deze barakken zijn gebruikt
gedurende de 2e wereldoorlog.
In kamp Vught wonen we in eerste instantie in 1 kamer voor het hele gezin
met vijf kinderen. Mijn vader wordt, zoals ook alle andere KNIL-militairen
op staande voet ontslagen uit het leger. Hij mag niet werken en wij
krijgen eten uit de gaarkeuken. Wij zijn - als inlanders van
voormalig Nederlands-Indië- stateloos. Het verblijf blijkt niet voor een
half jaar te zijn, maar voor altijd! Een verschrikkelijke situatie, vooral
voor de volwassenen. Kinderen passen zich vaak snel aan en maakten er het
beste van. Op bijna 1 km2 met 3.500 mensen..... Een vrij Molukken is
er niet gekomen.
Het principe van Lain Sayang Lain sleept ons als gemeenschap er doorheen,
ondanks de ontberingen van de zeer slechte omstandigheden en soms barre
kou. Saamhorigheid redt ons, ondanks de verschillende opvattingen die er
zijn over onderwerpen zoals religie en vrijheidsstrijd. De barakken
bestaan tot eind jaren 80. Er worden woningen gebouwd in de stijl van de
barakken. De Molukkers noemen het nog steeds kamp Vught of “kampong
Lunetten”.
Vught, vanaf 1959
Ik ben 15 jaar oud en mijn droom is om na de Mulo naar de academie voor
Beeldende Kunsten te gaan. Maar hoe kan ik studeren in een situatie waarin
wij met zoveel mensen, zo klein wonen en je alles door de muren kunt
horen? Via een kerkelijke organisatie heb ik de kans om te gaan wonen in
Rotterdam bij een kinderloos echtpaar, oom Joop en tante An.
Het besluit om in Rotterdam te gaan wonen, werd mij niet in dank
afgenomen. Mijn vader was er het niet mee eens, gelukkig heeft hij later
ingezien dat dit voor mijn toekomst een goed besluit was. Als ik
soms in het weekend naar kamp Vught kom, merk ik dat mijn vrienden het
maar raar vinden en mij niet begrijpen.
Ik heb een gezin gesticht en later ben ik opnieuw getrouwd. Heb 10 jaar
gewerkt in de commerciële sector als ontwerper/reclame fotograaf, daarna
de fotovakschool nog gevolgd en was 40 jaar zelfstandig fotograaf.
Mijn leven geef ik een dikke 8,5. Ben al vele malen naar de Molukken
gereisd, waardoor ik de cultuur nog beter heb leren kennen. Ondanks mijn
vertrek naar Rotterdam op jeugdige leeftijd, ben ik die saamhorigheid
blijven voelen. Het delen van vreugde en verdriet. Molukkers reizen door
heel Nederland om aanwezig te zijn bij overlijden, trouwen of andere
levensgebeurtenissen.
Het kan ook anders en heb bewondering voor vrienden die in Kamp Vught zijn
gebleven en hun studie hebben afgerond. Zij gingen overdag naar school,
sliepen tot 10 uur ‘s avonds en gaan daarna pas studeren. Voor mij was dat
geen optie.
Mijn ouders hadden een goed leven in Nederlands-Indië en hebben in Holland
veel ontberingen moeten doorstaan. Met als gevolg trauma's die soms van
generatie op generatie overgaan.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik geprobeerd heb, het beste uit het leven
te halen, en mijn ouders zeer dankbaar ben. Zij zijn de basis van mijn
bestaan. Ik ben zeer trots op ons Molukse cultuur waarin iedereen voor
elkaar klaar staat.
Lain Sayang lain.