Toespraken 2024 - Doorgeven

Anneke Schults

Voorzitter HONI

Ieder jaar kiezen wij een thema, waarvan wij denken en hopen dat dit de mensen aan het denken zet. Dit jaar hebben wij gekozen voor Doorgeven. Het doorgeven van herinneringen en ervaringen. Door het doorgeven van de verhalen willen wij de verbinding maken met jongeren tussen het heden en het verleden. Dit thema is ook landelijk een belangrijk item.

Nu zo langzamerhand een eind komt aan de generatie die uit eigen oorlogservaringen kan vertellen, zullen wij onze kennis moeten halen uit verhalen en ervaringen van de generatie die dat niet zelf heeft meegemaakt. Je kunt je de vraag stellen “Waarom stil staan bij het verleden als er op dit moment zoveel in de wereld speelt. Maar de historie mag uit respect voor allen die voor het vaderland gewerkt en ook slachtoffer zijn geworden mogen niet vergeten worden. Deze verhalen uit het verleden in het voormalig Nederlands Indie zijn belangrijk voor deze historie.

Enkelen onder ons hebben de oorlog nog meegemaakt maar kunnen dit nog maar kort doorgeven Daarom zal de volgende generatie deze verhalen levend moeten houden. Wij zijn daarom blij dat vandaag ook enkele jongeren van de 4e generatie hun medewerking willen verlenen aan deze herdenking. Zij zullen het verhaal op hun eigen wijze overbrengen, in de hoop dat anderen zullen volgen.

In het verleden werd Het Indisch Zwijgen ons opgelegd. Er was in Nederland geen bereidheid om te luisteren naar de verhalen die werden meegebracht uit Indonesie. Men werd behandeld als tweederangsburgers, De Indo’s kregen het stempel van mensen met onaangepast gedrag, domme mensen die hun mond moesten houden. De Molukkers werden weggestopt in opvangkampen.

Het is belangrijk dat de jeugd kennis neemt van deze historie. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor in het onderwijs. Uit eigen ervaringen weet ik dat de jeugd heel geinteresseerd is in deze historie. Een oproep aan u allen “Vertel uw verhaal” nu het nog kan

En niet alleen de verhalen met alle ellende uit de oorlog, maar ook de mooie herinneringen : het land, de prachtige natuur, de cultuur met haar geheimzinnigheden, de creativiteit van de mensen, de vrijheid en de onbezorgdheid en niet te vergeten de bamichinees! Die net zoals de ijscoman hier in Holland langs de huizen kwam.

Het luisteren naar elkaars verhalen, die van hun ouders, grootouders en hierover een debat aangaan.
Alle verhalen mogen verteld worden. Er zijn ook verhalen die veel dicussie oproepen. Niet wegstoppen van de verhalen van de andere partij, waaronder ook veel slachtoffers gevallen zijn. Het open staan hiervoor en het gesprek blijven voeren, al is dat soms niet makkelijk.

De jongeren moeten het verhaal doorgeven, daarvoor is hun betrokkenheid en kennis nodig. Hoe kunnen we dat gerealiseerd krijgen?
Naast mondelinge overlevering vraagt de moderne tijd ook andere vormen van doorgeven Het doorgeven via sociale media, digitale media, blogs of video platforms past in de belevingswereld van jongeren Educatieve programma’s op scholen , bijwonen van herdenkingen vormen daarbij een waardevolle aanvulling en stimulans.
Ik ben heel blij dat dit jaar het bestuur erin geslaagd is om hier op onze herdenking en aantal jongeren te laten spreken.

Ik eindig met een gedicht van Frederiek Spigt dat bij mij herinneringen oproept en waarin ik mijn eigen verhaal herken.

Buigen voor de keizer
Buigen en een beetje snel
Buigen voor de keizer
Buigen op appel
Al staan ze op je handen
En slaan ze met hun koppelriem
Wij zullen buigen, maar niet breken voor dit helse kampregiem
En als je lacht dan krijg je klappen
En als je huilt dan krijg je straf
En als je hoopt op iets te eten, krijg je koude stijfselpap

En ikzelf voeg hier nog iets aan toe:
Ik hoef niet meer te buigen, ik word niet meer geslagen, ik mag lachen en huilen en ik krijg genoeg te eten. Ik ben dankbaar dat ik leef in vrijheid.
Ik wens u een mooie herdenking

Anneke Schults voorzitter HONI 42-49


Wouter Korsten

Leerling groep 7 Jenaplanschool s-Hertogenbosch

Ik ben Wouter Korsten. Leerling groep 7 Jenaplanschool s-Hertogenbosch

Mijn overgrootvader heeft heel lang met zijn familie in het voormalig Nederlands Indië gewoond. Hij was een Indo, zijn moeder een Nederlander en zijn vader een Indische. Hij werkte mee als architect aan een groot stuwmeer in Solo. Door zijn kennis van waterbouw heeft hij de welvaart van de bevolking kunnen verbeteren. In het begin van de Japanse bezetting hoefde hij niet in het kamp, omdat de Japanners zijn technische kennis nodig hadden. Hij verzette zich tegen de Japanse oorlogsindustrie en dus werd hij alsnog opgepakt en dood gemarteld. Zijn zoon Edje werd als 12 jarige jongen in een jeugdkamp geplaatst. In dit kamp moest hij helpen met lijken vervoeren. Mijn overgrootvader heeft het kampleven overleefd. Hij meldde zich als KNIL militair. Hij was toen 18 jaar.

      Ik heb hier zijn zakmes!
      Dit mesje heeft hem steun geboden in het kamp
      Hij wist soms stiekem in de opslag te komen.
      Hij sleep met dit mes een stokje scherp en wist dan heel kleine gaatjes in de suikerzak te prikken.
      Zo snoepten ze stiekem van het suiker zonder dat iemand dit doorhad!
      Mijn vader heeft dit mes later van hem gekregen.
    

Graag wil ik tot slot een gedicht voordragen:

      Het is lang geleden maar nog steeds niet vergeten.
      Dat er zoveel mensen in de kampen daar hebben gezeten.
      Er zit nog altijd veel verdriet.
      Nabestaanden vergeten dit niet.
      Het verleden van onze families moeten we af en toe weer toe laten.
      En daarom wil ik hier graag met u over praten.
      De pijn slijt maar restjes blijven soms toch bestaan.
      Daarom denken we vandaag aan de mensen die toen zijn heengegaan.
    

Dank u wel...


Rogier Schults

4e generatie (herdenkers/slachtoffers?)

Goedemiddag Dames en Heren ( alle bezoekers van deze herdenking)

Mijn naam is Rogier Schults en ik behoor tot de 4e generatie (herdenkers/slachtoffers?). Ik ben van mening dat de verhalen uit de periode 1942-1949 nooit mogen worden vergeten. Daarom sta ik hier vandaag om mijn bijdrage te leveren en zal ik u een stuk voorlezen uit het dagboek van mij overgrootvader. Ik heb gekozen voor een passage waarin de bevrijding beschreven wordt. Dit omdat ik de boodschap hoe belangrijk vrijheid is belangrijk vindt. (De wrede martelingen en vernedering door de Japanners vond ik te heftig om hier te vertellen.)

Eerst licht ik even kort toe wie mijn overgrootvader is.
Zijn naam was Sjef Pols. Toen hij 86 jaar was heeft hij zijn levensverhaal met de hand opgeschreven, waaronder zijn ervaringen in het voormalig Nederlands-Indie tijdens de bezetting.
Hij was toendertijd een KNIL militair en tijdens de bezetting krijgsgevangene van de Japaners. Van de Japaners moest hij als dwangarbeider werken aan de Pakanbaruspoorweg in Sumatra. Deze spoorlijn zou Japanse troepen en materialen moeten vervoeren. De leefomstandigheden waren erbarmelijk . Slechte voeding, mishandeling en tropische ziekten zoals malaria, cholera dysenterie, gebrek aan medische zorg en uitputting kosten aan velen het leven. De Pakanbaruspoorweg is een symbool geworden van de gruwelen van de Japanse bezetting en de offers van de dwangarbeiders.

Ik zal nu een passage uit zijn dagboek voorlezen:

(pauze)

Als 86-jarige wil ik het beschrijven zoals ik het heb meegemaakt en aan den lijve heb ondervonden. Het is geen opgewekt schrijven, maar wel een schrijven van ware gebeurtenissen.
Na een aantal jaren van geluk in Bandung samen met mijn vrouw en ons kleine dochtertje kwam er een bruut einde aan dit geluk door het uitbreken van de oorlog.
Bij het uitbreken van de oorlog bevond ons leger en het militair gezag zich in een armzalige toestand. Tegen het machtige Japanse leger met modern uitgerust materiaal, zowel op zee ter land als in de lucht werd het al snel een verloren eindstrijd. Er werd door legerleiding en staf besloten tot een algehele capitulatie en hiermee werd het doodvonnis van duizenden krijgsgevangenen getekend.

Binnen 24 uur moesten wij ons bij de japanners melden hoogstens met wat kleren en een koffer. Vrouw en kinderen moest je achterlaten, en dan te weten dat ook zij waren overgeleverd aan de vijand. Dat afscheid ging met veel verdriet en tranen gepaard, ineens alles weg met de gedachte “Hoe moet dit alles aflopen, hoe zal het verder gaan?

De soldaten begonnen met alles van je af te pakken: horloges, ringen, sieraden etc. Ook moest je steeds voor hen diep buigen. Dit alles ging gepaard met schreeuwen en slaan onder hoongelach. Zo werden wij als honden behandeld.

De heren van de plantages en bedrijfsleven hadden nog een stille hoop dat zij gespaard bleven, maar ook zij moesten hun paspoort inleveren en werden geïnterneerd.

Ook moesten na een tijdje de vrouwen en kinderen zich melden, alles afgeven en ook zij waren gedoemd om te buigen en te bukken voor de Japanners en de vernederingen te ondergaan. Zo hadden de Jappen alles op touw gezet en hadden zij niets meer te vrezen van de Hollanders en was de hele zaak voor hun een vertoning van macht en wellust en werden wij beschouwd als slaven voor hun werk.

Op een dag werd bepaald dat wij naar Sumatra zouden worden overgebracht. In colonne werden wij naar het station gebracht en rug aan rug in een goederwagen gestopt. Zonder eten of drinken vertrokken wij richting Batavia. Daar lag een boot klaar voor onze overtocht. Na wat water en voeding gekregen te hebben werden wij in de ruimtes geladen. De reis zou 5 dagen duren. Velen van ons kregen last van buikloop en zeeziekte en konden dan niet meer op tijd de wc bereiken. De ondraaglijke stank en warmte zorgden voor nog meer zieken. Je lag als beesten te wachten op het einde van deze onmenselijke reis. Als je je maar enigszins verzette werd je afgeranseld.

Na twee dagen werden wij weer op vrachtwagens geladen. Rug aan rug elkaar steunen om niet van de wagen af te vallen. Zo kwamen wij uiteindelijk in het kamp terecht. Een kamp met bamboe bedekt met atap, takken van klapperbomen als bescherming tegen de regen. Vaak begreep je niet dat een mens zoveel kan doorstaan, zowel lichamelijk als geestelijk en ik moet u vertellen dat ik toen God verzocht heb om ons maar te laten sterven met een onmiddellijke dood.

Maar het gebed werd niet verhoord en wij moesten met slagen en schoppen ons kampement in orde maken en daarna begon het werk aan de spoorweg. Van s morgens 7 tot s avonds 5 uur in de gloeiende zon. Het eten bestond uit tapioca pap . s middags en s avonds een schep rijst met bladeren groen en gemalen darmen . Na een paar maanden begon de honger te knagen en kregen de mensen berrie berrie en buikdysentrie. Medicijnen ontbraken met gevolg dat er steeds meer mensen stierven.

En zo ging het dag na dag , maand na maand ,jaar na jaar. En daar in de oerwouden van Sumatra had je geen benul van wat erbuiten gebeurde. Maar het werk aan de spoorweg moest doorgaan. Op sommige plaatsen in het oerwoud eiste de malaria zijn tol. Als je gestoken werd kreeg je hoge koortsen met de dood als gevolg. Van de Japanners kreeg je geen medicijnen maar als je de schil van een kinineboom kon eten raakte je de malaria weer kwijt. Ook levende dieren uit het oerwoud zoals ratten, slangen, vissen werden stiekem mee naar het kamp genomen en opgegeten.

Steeds meer doden waren het gevolg van dysenterie en ook waren er onder ons die er zelf een eind aan maakten. Op zondag had je een rustdag, je lag dan op je brits elkaar aan te kijken met de wanhoop in je ogen en denkende “Hoe lang zal het nog duren ????


(pauze)

Bevrijding

Naarmate de Jappen meer verlies gingen lijden tegen de Amerikanen, hoe meer wij het moesten ontgelden. Onze kracht was bijna ten einde . Menig lotgenoot vond zijn dood in de latrines. Dat waren onze wc’s gemaakt van bamboebruggen over een grote kuil met in het midden een opening van een halve meter waar je dan boven moest gaan zitten en zo je behoefte moest doen. Als je je evenwicht verloor dan viel je in de kuil en kon je niet meer oprichten doordat je geen kracht meer had, dan betenkende dat ”een onherroepelijke dood tussen de maaientroep.” Als ik er nu nog aan denk dan word ik er beroerd van. Ik ben zelf goed door de gevangenschap heen gerold. Wel vaak geslagen maar ik was vanaf het begin al bij de sterken te noemen, en niet vlug opgeven. Dat was mijn geluk.

En toen kwam het ogenblik nabij dat er een einde kwam aan onze gevangenschap. Wij wisten allen van niets tot op een morgen wij geen Jappen hoorden brullen om aan te treden voor ons werk aan de spoorweg. Een majoor van ons leger kwam de barakken in en deelde ons mee dat de oorlog afgelopen was en wij weer vrij waren. Zoals u zult begrijpen was dat voor ons niet te geloven. Wij vlogen elkaar van blijdschap om de hals en dansten en sprongen van plezier. Wij konden het niet geloven. Het vreemdste van alles was dat er geen Japanner meer te zien was, alleen onze bondgenoten de Brits Indische soldaten de Gurka’s .

De Japanners waren allen gevlucht in de oerwouden, en zodoende konden wij ze niet afmaken als vergelding voor wat zij ons hadden aangedaan.

Het gevoel om weer mens te mogen zijn, de vrijheid in het kamp, niet meer naar de spoorweg in de gloeiende zon, geen vernedering meer met schoppen en slaan , geen hongerlijden, niet meer buigen en bukken en weer het gevoel terugkrijgen dat je mens bent en verlost bent van de Jappen, die ons jarenlang hadden afgebeuld en aan ons lot hadden overgelaten.

Het ogenblik van vrijheid dat wij allen aangetreden stonden! Dat de vlag werd gehesen! en wij het Wilhelmus zongen. Nog dezelfde dag kwamen de voedseldroppings, en het gevoel om weer normaal eten te krijgen is niet te beschrijven.

Helaas vielen er de eerste dagen nog doden te betreuren, omdat sommigen te veel aten en de darmen het niet konden verdragen. En dat was heel erg; eerst je vrijheid , en dan te moeten sterven door je eigen schuld.

Het leven ging verder en de tijd was gekomen dat wij allen terug konden keren naar onze gezinnen, waarvan je niet wist waar ze zaten en of zij nog leefden. Van onze bondgenoten kregen wij alles wat wij nodig hadden aan kleding en kon je het laatste stukje rijstzakstof wat je nog om je middel had om je geslacht te bedekken, wegwerpen.

Daarna begon ons transport met legervliegtuigen van Sumatra naar Java. Nooit zal ik de dag vergeten dat ik in het vliegtuig kon stappen en de plaats kon verlaten die jarenlang een hel voor mij geweest was. Ook moest ik tijdens mijn vlucht denken aan de kameraden die daar lagen begraven en hun leven hadden verloren door de gruwelijkheden van de doden spoorweg van Sumatra.

Na 3 uur vliegen werd je met bussen naar de kampen gebracht, waar je je vrouw en kind in je armen kon sluiten. Met een blijdschap en vreugde die in geen 1000 woorden te beschrijven zijn en waardoor je van aandoening geen woord kon uitbrengen. Je vrouw en kind in je armen sluiten zonder een woord te kunnen uitbrengen. Na 5 minuten weer bij te komen en te beseffen dat het geen droom is. Ja dan val je op dat ogenblik toch wel even samen op je knieën, een kruisteken te maken en God te danken voor het weerzien met elkaar.

Door deze vernederingen en de onmacht tijdens de gevangenschap is bij velen een haat tegen de Japanners ontstaan. Mijn overgrootvader sprak er wel eens over, maar naast de afkeer van de Japanners, gaf hij de Nederlandse regering de schuld. s-Nachts had hij nachtmerries, hij wilde nooit naar Indonesië terug. In vele families heeft deze periode grote wonden achtergelaten, en velen hebben er trauma’s van overgehouden. U kunt zich afvragen: Moeten deze verhalen nog worden verteld? Het is al zo lang geleden en wat verandert erdoor? Uit respect wat er in deze periode gebeurd is, ‘voor de vele slachtoffers die gevallen zijn in deze periode, ook die tijdens de Bersiap en daarna in de strijd voor de onafhankelijkheid, mag dit nooit vergeten worden. Daarom sta ik hier als jongere om het verhaal van mijn overgrootvader te vertellen, in de hoop dat onze generatie nooit meer een oorlog hoeft mee te maken.


Onderstaande link; Korte impressie van de gehouden HONI-Herdenking 2024 op DTV
(Den Bosch e.o.) HONI-herdenking Oorlogsslachtoffers Nederlands-Indië

Toespraken 2023

Anneke Schults

Voorzitter HONI

Geachte aanwezigen

Wat fijn om u allen welkom te heten op onze jaarlijkse herdenking.

En na regen komt zonneschijn en dat is ook nu weer uitgekomen.

Voor deze herdenking heeft u om 12 00 uur de klokken van de St.-Janskathedraal horen luiden, vergezeld van meerdere kerken. Wij zijn de heer Swane zeer erkentelijk dat hij er voor gezorgd heeft dat het Bossche klokkenluidersgilde de klokken geluid heeft ter herdenking aan de   capitulatie van Japan en de bevrijding uit de kampen op 15 augustus, vele jaren geleden.

Wij zijn hier allen bij elkaar om stil te staan bij alle slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog .  

Ook de slachtoffers , die gevallen zijn aan Indonesische zijde tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap,  mogen hierbij niet vergeten worden

 Wij denken aan Het land waar onze ouders en voorouders goede en slechte tijden hebben meegemaakt. Onder ons zijn er slechts  nog enkelen die kunnen vertellen uit eigen ervaringen. Het verhaal mag  echter nooit vergeten worden en daarom is het zo belangrijk dat onze jeugd kennis neemt van deze verhalen. Het Indisch zwijgen moet worden doorbroken. De historie mag nooit verloren gaan. Er wordt weleens gesuggereerd dat de jeugd niet zo geinteresseerd is in onze verhalen, maar ik kan u verzekeren het tegendeel is waar. Tijdens de gastlessen die ik op scholen geef hangen zij aan je lippen. Er zijn er altijd bij die een familielid of een kennis hebben die in het voormalig Nederlands Indie gewoond heeft.  Een van de leerlingen die ik op een school ontmoet heb is hier vandaag aanwezig om te vertellen over zijn overgrootvader.

Door de oorlog in Oekraine worden wij weer met de neus op de feiten gedrukt wat een oorlog te -weeg kan brengen. Hoe dankbaar wij moeten zijn dat wij allen hier in vrijheid kunnen leven, zonder angst. Dat wij hier bijeen kunnen zijn met onze familie en vrienden zonder het gevaar te lopen dat er een bom op ons valt. 

Saamhorigheid is ons thema dit jaar . Bij deze herdenking  voelen wij allen de lotsverbondenheid met ons verleden. Een gezamenlijke interesse,  gezamenlijke mooie ervaringen, gezamenlijk verdriet, gezamenlijke teleurstelling . Een gevoel van  herkenning en bij elkaar te horen.

 Dit gevoel leeft nog steeds sterk bij iedereen die daar geleefd heeft, Nederlanders,  Indo’s, Molukkers .Dit saamhorigheidsgevoel heeft velen tijdens moeilijke momenten in Japanse gevangenschap geholpen om te overleven.

Hier in Nederland kennen wij dat saamhorigheidsgevoel ook in een andere vorm.  Als b.v  het Nederlands elftal kampioen wordt. Straten worden versierd, vlaggen opgehangen . Er is dan geen verschil tussen arm en rijk ,hoog of laag iedereen is dan gelijk en in de ban van het nationale saamhorigheidsgevoel.

Dit jaar hebben wij dus een jonge spreker in ons midden Hopelijk stimuleert dit om meerdere jongeren bij deze herdenking te betrekken. Een oproep aan u om volgend jaar uw kinderen en kleinkinderen mee te brengen.

 Omdat dit jaar de Molukse gemeenschap ook in de belangstelling staat vinden wij het een eer dat de heer John Sasabone als gastspreker bij ons wil komen. Hij neemt ons mee in zijn leven en vertelt ons hoe saamhorigheid soms ook beperkingen met zich mee brengt.

Geachte aanwezigen ik wens u een mooie herdenking waarin u misschien iets van uzelf herkent!

Anneke Schults


Richard Ehrencron en kleinzoon Noa

Gastsprekers

Goedemiddag Dames en Heren

Ik ben  Richard Ehrencron en ik sta hier met mijn kleinzoon om iets over mijn vader te vertellen.

Ik ben de zoon van Rinus Ehrencron bijgenaamd Oom Njootje.

In tegenstelling tot het Indisch Zwijgen vertelde hij altijd met trots over zijn diensttijd als marinier in Nederlands Indië, waarin admiraal Helfrich een bijzondere rol speelde.

Hij was een echte Indo en getrouwd met een Indische vrouw. Zij kregen 7 kinderen. 

Mijn vader was geen KNIL militair. Toen de oorlog uitbrak is hij niet krijgsgevangen gemaakt door de Japanners. Samen met zijn gezin is hij door de Engelsen opgevangen en naar een buitenkamp gebracht.

Als buitenkampers wisten zij te overleven ofschoon het op het laatst steeds moeilijker werd.  Zij werden gedoogd maar moesten daar veel voor betalen.

Na de oorlog woonden zij in Jakarta, waar hij samen met een compagnon een klein expeditiebedrijf had. Tot 1955 hadden zij daar een goed bestaan.

Na de onafhankelijkheid van Indonesië, moest hij helaas met zijn gezin naar Nederland vluchten., omdat hij niet koos voor de Indonesische nationaliteit. 

 Omdat zij niet meer veilig waren voor de Indonesiërs , is hij met zijn gezin, vader, moeder en 7 kinderen in 1955   met een troepenschip De Waterman naar Nederland gekomen.

Zoals zovelen waren wij hier niet welkom, wij verhuisden steeds van contractpension naar pension en moesten daar veel voor betalen. Als kind moest ik steeds naar een andere school. Steeds weer opnieuw integreren. Net als je wat gewend was aan een nieuwe omgeving moest je weer weg.

Door mijn huidskleur werd ik vaak extra gepest en uitgescholden voor pinda of poepchinees.  Uiteindelijk zijn wij in Utrecht terecht gekomen.

Omdat mijn vader een gezin had van 7 kinderen moest hij werk zoeken.  Weliswaar lukte het hem om bij Defensie aangenomen te worden, maar wel voor werk onder zijn niveau.

 Hij werd bandensjouwer.

Een groot verschil: Eerst In Indonesië een hoge onderscheiding van de koningin en nu in Nederland een baan als bandensjouwer. Maar er moest tenslotte brood op de plank komen voor zijn gezin.

Ik herinner me hem als en rustige man, maar ook als verhalenverteller. 

Over de Waringing boom, waar je geesten tegen kon komen . Thuis bij ons In de gang hing een groot zwaard met een klein rood puntje.

Met het zwaard was een Japanner gedood en het bloed kleefde nog aan het puntje, vertelde mijn vader dan. Wij waren daar bang voor.  Uiteindelijk heeft hij daarom het zwaard en een aantal krissen aan het Tropenmuseum geschonken.

Na 15 jaar in Nederland is hij helaas slechts 59 jaar geworden.

Ik sta hier nu met mijn kleinzoon en ik vind het heel bijzonder dat hij zo geïnteresseerd is in onze geschiedenis. Hij is heel trots op zijn overgrootvader en hij wil hier nu graag zelf iets over vertellen.

Ik ben Noah Bislimi  en ik ben heel trots op mijn overgrootopa

 Het is Februari 1942. In de haven in Tandjong Priok. (Batavia) zijn ruim 140 marineschepen gestationeerd, van onder andere de Nederlandse marine met het doel in de Javazee een Japanse invasievloot tegen te houden, wat in eerste instantie gelukt is. 

Mijn overgroot opa Marinus Thomas Ehrencron stond daar op de wacht. Op een bepaald moment zag hij een heleboel Japanse vliegtuigen aankomen. Door zijn  optreden heeft hij door het hijsen van de vlag de eerste invasie van de Japanners kunnen voorkomen ,  zodat de Nederlandse vloot waaronder de kruiser Hare Majesteit. De Ruyter niet tot zinken is gebracht. Bij de tweede aanval om half vijf   ‘smiddags heeft hij samen met zijn kornuiten met het afweergeschut de Japanse gevechtsvliegtuigen verdreven.

Aan onze kant zijn geen verliezen geleden.

Helaas bleek de Japanse overmacht te groot en verloor Nederland daarna in de slag in de Javazee, waarbij ook de kruiser Hare Majesteit de Ruyter werd getorpedeerd. Nederland moest zich alsnog overgeven.

Opa Ehrencron was matroos 1e klasse.

 Opa Ehrencron werd na de oorlog op de marinebasis te Jakarta op 7 maart 1949 gedecoreerd en ontving de onderscheiding kruis van verdienste.


Eric Alink

Stadschroniqueur

Letterdans

Als je lang naar het woord saamhorigheid kijkt, gaan de letters voor je ogen dansen. Er ontstaan nieuwe woorden, waarvan enkele aan de geschiedenis van voormalig Nederlands- Indië raken. In het woord saamhorigheid zitten smaragd en hagedis verstopt, maar ook drama, morsigheid en Hiroshima. Is dat toeval? Ik denk van niet. Taal zit vol wetmatigheden en taalt zelden naar toeval. Taal is als spekuk of kek lapis: zij kent gestapelde lagen waarin verborgen wijsheid ligt opgeslagen.

Wel heb ik een vraag. Is saamhorigheid een vertrouwd Indisch of Moluks begrip? Ik grasduinde in de archieven van kranten uit de Oost, met name uit de periode 1942 tot 1956. Het Bataviaasch Handelsblad, De Indische Courant, De Javabode. In die veertien beslissende jaren stond het woord verdeeldheid 1.444 in de Indische kranten, het woord saamhorigheid slechts 329 keer, zelfs inclusief de spelling met dubbel-o die tot 1947 gold.

Toch vind ik saamhorigheid een woord dat past bij de Indische archipel. Haar eilanden zijn nooit eenzaam, omdat ze weten dat ze bij andere horen. Het geldt voor Ambon, Haruku, Saparua, Nusa Laut, maar ook voor Lombok, Sumbawa, Sumba en Flores.
Saamhorigheid tekent zich ook af en in de flora. De 48.000 verschillende soorten planten, bloemen en bomen van Indonesië vormen een wijdvertakte en fijnmazige gemeenschap. Het liefst groeien al die natuurvormen in elkaars nabijheid – de maanorchidee, de waringin, de zoetgeurende melati. Een zeldzaam ecosysteem, zolang het nog bestaat, want wij slopen de aarde.

Verzot

In de fauna van Indonesië zie je eveneens de kracht van verbondenheid. Een dier alleen is in slecht gezelschap, weten de karbauw, de makaak en de rijstvogel. Want overal loert gevaar. In je uppie is het sowieso minder knus. Gelukkig zijn enkel de zeesterren en platwormen in Indonesië veroordeeld tot de saaiheid van voortplanting zonder geslachtsgemeenschap.

En de mens? Evolutionair zijn wij slechts een armlengte verwijderd van de orang-oetan op

Sumatra, die niet zonder de geborgenheid van de groep kan. Dat geldt ook voor ons. Wij zijn

verzot op onderlinge verbondenheid. Want wij weten instinctief dat we in ons eentje

reddeloos verloren zijn.

Al sinds mijn jeugd zie ik hoe mensen wier leven met de Oost is verweven vaak grote

saamhorigheid kennen. Drie taferelen, die dat illustreren.

Ik denk aan de vliegerwedstrijden op het Molukse woonoord Lunetten in Vught, die ik in de

jaren tachtig bezocht. Luchtduels met vlijmscherp vliegertouw, waarmee je dat van de

tegenstander probeerde door te snijden. Feest, muziek, eten, terwijl de vliegers hoger en

hoger vlogen, maar nooit zo hoog als de stem van Jimi Bellmartin, die op 28 mei 2021 in het

ijle zou verdwijnen.

Ik denk ook aan

wereld kwam. Op 31 augustus 1954, de verjaardag van koningin Wilhelmina, zette ze voet

aan Nederlandse wal, samen met dienstplichtig militair Jos, haar man die ze op Java had

ontmoet. Ze kregen een woninkje vlak bij de Hadewychstraat, een straatnaam die in de jaren

vijftig en zestig vooral naar de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van kinderen verwees. Zelf

kreeg Dien er

de lieve mevrouw Veltman, Dien Veltman, die in 1923 in Yogyakarta ter

negen, plus veertien cucu oftewel kleinkinderen en zeventien cici, achterkleinkinderen. Onbetwist was zij het vliegwiel achter saamhorigheid in de familie. In 2017 kwam Dien op De Grevelingen te wonen. Op 7 mei van dit jaar stierf ze, twee maanden voor ze een eeuw oud zou worden. Voortaan is er een tijd voordien en een tijd nadien.

Tot slot denk ik aan Performing Gender – Dancing in Your Shoes, een gezamenlijk dansproject van communities uit acht Europese landen. Theaterfestival Boulevard is er een van. Afgelopen week kwamen ze in Den Bosch samen, om hun gedanste verhalen te tonen. Voor de Bossche bijdrage werkten acht mensen uit de Nederlands-Indische en Molukse gemeenschap anderhalf jaar samen, onder leiding van choreograaf Jija Sohn. Een gezelschap met humor: hun performance heette But First We're Going To Eat. Tegelijkertijd is het een project met grote reikwijdte. In de saamhorigheid van de groep durfden sommige deelnemers voor het eerst dagboeken, ongeopende brieven en verzwegen verhalen van lang geleden met elkaar te delen.

Remedie

Het is saamhorigheid die aan een zonnig land herinnert. Maar waar zon is, is onvermijdelijk ook schaduw. Zo heeft saamhorigheid ook een koele of zelfs donkere kant. Want zij kan in behoedzaamheid omslaan, zelf in achterdocht jegens dat wat minder vertrouwd of onbekend is. In het allerslechtste geval leidt saamhorigheid tot onvrijheid of zelfs uitsluiting. In gemeenschappen die die zich verbonden weten in hun cultuur ligt dat risico steevast op de loer. Volgens mij is er maar één remedie om hun saamhorigheid te behouden. En dat is

– paradoxaal genoeg – het delen van hun cultuur met de wereld buiten de eigen gemeenschap.

Dat begint met openheid. Lang volgden de eerste en tweede generatie de overtuiging dat zwijgen de moeder van alle wijsheid is. Velen leefden met gesloten lippen, uit verzet tegen de herinnering aan hun opengevallen mond toen ze ooggetuigen van gruwelen waren. Hun stugge zwijgen zagen zij als loyaliteit aan de gemeenschap. Of het verlichting bracht, is de vraag. Angst en offers gaan immers vaak samen.

Ruim een eeuw geleden schreef Louis Couperus zijn Indische roman Van oude mensen de dingen die voorbijgaan, over saamhorigheid waarachter verhalen zijn weggemoffeld. Het is een schitterende, maar ook beklemmende roman over geheimen, verdrongen herinneringen en kapotgebeten lippen. Eén geruststelling: tot 'de dingen die voorbijgaan' behoort het idee dat zwijgen over angst en verdriet zinvol zou zijn. Want saamhorigheid en verhulling vormen een slecht huwelijk. Volgens mij gaat het juist om het uitspreken van de verstopte verhalen en het hardop durven stellen van vragen. Ook de ongemakkelijke.

Zoals?

De vraag wat het aandeel van onze voorouders aan het Nederlandse kolonialisme is geweest, de tijd waar de chaotische Bersiap haast onvermijdelijk op volgde.

De vraag of één Westerling meer leed kan veroorzaken dan duizend westerlingen. De vraag of Nederland wel zo gastvrij was en is als het zich graag voordoet.

De vraag wat het betekent dat Japan onze bondgenoot is in de strijd tegen het expansieve China.

De vraag of we dulden dat elke nieuwe generatie een nieuwe bergtop is die een ander zicht op de geschiedenis kan bieden.

Taal taalt zelden naar toeval, zei ik in het begin. In dat besef kan het vast geen toeval zijn dat in het woord herdenking het woord kinderen zit. Zij zijn de dragers van de herinnering, in saamhorigheid die past bij hun nieuwe wereld, dromen en tijd.

___

© Eric Alink, journalist, schrijver en stadschroniqueur uitgesproken op 15 augustus 2023 bij de HONI-herdenking in ’s-Hertogenbosch, die in het teken van 'Saamhorigheid' stond.


John Sasabone

Gastspreker

Semarang, 18 mei 1951:

Ik ben 8 jaar oud. Mijn vader, die KNIL-militair is, komt thuis met het dienstbevel, in opdracht van de Nederlands regering: Vanmiddag inschepen met het gezin op het schip GOYA om naar Holland te vertrekken. Wij wachten al enige tijd op dit dienstbevel en de koffers staan al klaar. Ook de houten KNIL kist met zijn legernummer en de militaire uniformen gaan mee.

De Molukkers vochten in het KNIL leger voor de Nederlanders, hen is een vrij Molukken beloofd. Door deze belofte hebben de meeste Molukse KNIL-militairen ingestemd om tijdelijk naar Nederland te gaan. Ondertussen had Nederland een groot gedeelte van haar kolonie Nederlands-Indië overgedragen, inclusief het grondgebied van de Molukken. 

Het verblijf in Holland zou voor 6 maanden zijn, maar is uiteindelijk voor onbepaalde tijd gebleken.

15 augustus 2023:

Mijn naam is John Sasabone, zoon van KNIL-militair Demianus en zijn vrouw Poppie, 2e generatie Molukkers in Nederland, opgegroeid in Kamp Vught. Anneke Schults heeft mij gevraagd om mijn persoonlijke verhaal als Molukker in Nederland te vertellen op deze Herdenkingsdag, die in het teken staat van Saamhorigheid. 

Molukkers zijn de inlandse bewoners van de Molukken, afkomstig van de Alfoeren,  de bewoners van het moedereiland van de Molukken, Ceram. 

Saamhorigheid is de basis van de Molukkers, ook in Nederland: Lain Sayang Lain is heel belangrijk voor ons. Het betekent zoiets als: We zijn er voor elkaar en kijken naar elkaar om.

Terug naar Semarang 18 mei 1951:

We schepen in op de Goya, 1 van de 11 schepen die KNIL-militairen en hun gezinnen in 1951, op dienstbevel naar Holland brengt. 1 schip vaart nog een 2e keer uit om de laatste Molukkers naar Holland te brengen.  Op de Goya zijn 875   personen officieel geregistreerd. Daarnaast zijn er nog een onbekend aantal verstekelingen. Aan boord is er weinig ruimte, de vrouwen en kinderen blijven vooral benedendeks. De mannen verblijven bovendeks en hebben het altijd koud. Wat staat ons te wachten in dat koude Kikkerland? Gelukkig is het maar voor een half jaar….

Holland, vanaf juni 1951

Na 4 weken komen we aan op de Loydkade in Rotterdam. Op de kade zien we vrouwen staan, en ik zeg tegen mijn vriendje Simon: Kijk dan Simon, die vrouwen zijn aan de achterkant van hun benen geopereerd! Achteraf blijken dat de nylons te zijn van destijds, die hadden vroeger een streep.

Na aankomst gaan we eerst naar Amersfoort om onderzocht te worden op ziektes. Daarna vertrekken wij naar Vught, om te verblijven in de barakken van het voormalige concentratiekamp Vught. Deze barakken zijn gebruikt gedurende de 2e wereldoorlog.

In kamp Vught wonen we in eerste instantie in 1 kamer voor het hele gezin met vijf kinderen. Mijn vader wordt, zoals ook alle andere KNIL-militairen op staande voet ontslagen uit het leger. Hij mag niet werken en wij krijgen eten uit de gaarkeuken.  Wij zijn - als inlanders van voormalig Nederlands-Indië- stateloos. Het verblijf blijkt niet voor een half jaar te zijn, maar voor altijd! Een verschrikkelijke situatie, vooral voor de volwassenen. Kinderen passen zich vaak snel aan en maakten er het beste van.  Op bijna 1 km2 met 3.500 mensen..... Een vrij Molukken is er niet gekomen.

Het principe van Lain Sayang Lain sleept ons als gemeenschap er doorheen, ondanks de ontberingen van de zeer slechte omstandigheden en soms barre kou. Saamhorigheid redt ons, ondanks de verschillende opvattingen die er zijn over onderwerpen zoals religie en vrijheidsstrijd. De barakken bestaan tot eind jaren 80. Er worden woningen gebouwd in de stijl van de barakken. De Molukkers noemen het nog steeds kamp Vught of “kampong Lunetten”.

Vught, vanaf 1959

Ik ben 15 jaar oud en mijn droom is om na de Mulo naar de academie voor Beeldende Kunsten te gaan. Maar hoe kan ik studeren in een situatie waarin wij met zoveel mensen, zo klein wonen en je alles door de muren kunt horen? Via een kerkelijke organisatie heb ik de kans om te gaan wonen in Rotterdam bij een kinderloos echtpaar, oom Joop en tante An.

Het besluit om in Rotterdam te gaan wonen, werd mij niet in dank afgenomen. Mijn vader was er het niet mee eens, gelukkig heeft hij later ingezien dat dit voor mijn toekomst een goed besluit was.  Als ik soms in het weekend naar kamp Vught kom, merk ik dat mijn vrienden het maar raar vinden en mij niet begrijpen.

Ik heb een gezin gesticht en later ben ik opnieuw getrouwd. Heb 10 jaar gewerkt in de commerciële sector als ontwerper/reclame fotograaf, daarna de fotovakschool nog gevolgd en was 40 jaar zelfstandig fotograaf. 

Mijn leven geef ik een dikke 8,5. Ben al vele malen naar de Molukken gereisd, waardoor ik de cultuur nog beter heb leren kennen. Ondanks mijn vertrek naar Rotterdam op jeugdige leeftijd, ben ik die saamhorigheid blijven voelen. Het delen van vreugde en verdriet. Molukkers reizen door heel Nederland om aanwezig te zijn bij overlijden, trouwen of andere levensgebeurtenissen.

Het kan ook anders en heb bewondering voor vrienden die in Kamp Vught zijn gebleven en hun studie hebben afgerond. Zij gingen overdag naar school, sliepen tot 10 uur ‘s avonds en gaan daarna pas studeren. Voor mij was dat geen optie.

Mijn ouders hadden een goed leven in Nederlands-Indië en hebben in Holland veel ontberingen moeten doorstaan. Met als gevolg trauma's die soms van generatie op generatie overgaan. 

Voor mij persoonlijk geldt dat ik geprobeerd heb, het beste uit het leven te halen, en mijn ouders zeer dankbaar ben. Zij zijn de basis van mijn bestaan. Ik ben zeer trots op ons Molukse cultuur waarin iedereen voor elkaar klaar staat.

Lain Sayang lain.